HomeKolonisatie in onze OostPagina 21

JPEG (Deze pagina), 0.97 MB

TIFF (Deze pagina), 7.29 MB

PDF (Volledig document), 45.05 MB

2 .i i
l t 1
J
IQ 2
j Zij meende te mogen komen tot het besluit dat kolonisatie in A jg
Il de_ tropen niet mogelijk was, tenzij op tafelland of berghoogten
;• gelegen op 6ooo à gooo voeten boven den Oceaan, zooals A. mm
E Humöaldi die aangeduid had in Mexico, Peru en Quito. En zulke
:·« ­ geschikte territoiren zouden in onze koloniën niet voorkomen, al- j
thans ze waren volgens de commissie onbekend.
Daargelaten of er dan niet op de eene of andere wijze eene po- l
_ ging had kunnen aangeraden worden, om naar dit onbekende een
onderzoek te doen instellen, wat in zekeren zin ook ten bate der ij
Wetenschap zou gediend hebben, had toch in de eerste plaats wel 2
rekening mogen gehouden zijn met hetgeen hang/zuárz had mede- j
gedeeld omtrent het groote verschil dat er tusschen hoogland in 1
onzen Indischen Archipel en continentaal hoogland was op te ll
merken. De verlaging der temperatuur was daar geheel anders,
zoodat men in onze Oost niet behoefde te gaan tot de reeds gemelde
hoogte, om eene zelfde frissche temperatuur te vinden als elders op nl
‘i` hooger terreinen. En in dat geval waren er geschikte uitgebreidheden
voldoende voorhanden op eene hoogte van zooo voet en meer.
Het ongunstige oordeel omtrent die mogelijkheid tot kolonisatie
grondde de commissie op de wetenschap en de ervaring. Of nu
daarbij wel voldoende zijn onderscheiden en in rekening gebracht
ä geworden de veelvuldige oorzaken, die dikwijls groote sterfte on-
1 der kolonisten hebben te weeg gebracht en kolonisatie deden mis- E,
_ lukken ook buiten de tropen, is zeer de vraag. Ten minste op
ik het mislukken van verschillende pogingen tot kolonisatie in Noord-
Q Amerika wordt niet gewezen, terwijl daarbij nog komt het eigen-
aardig verschijnsel, dat van vele voorbeelden van mislukking onder
gj de tropen, niet de werkelijke oorzaak wordt genoemd, hoewel daar- Ei
mede het klimaat niets te maken had. _
'En toch had Dr. Bleeker reeds gewezen op het noodzakelijke P
van dit onderscheiden en in rekening brengen van oorzaken, die i i
onafhankelijk zijn van het klimaat.
Ons bestek laat niet toe dit breeder aan te toonen. Voldoende
achten wij het er op te wijzen, dat door de uitspraak der com- ii
Ii missie een groote slag werd toegebracht aan hen die kolonisatie
ä wenschten, ­- niettegenstaande er toch ook wetenschappelijke T
’ mannen waren, die gunstiger oordeel velden.
.
i