HomeNeerbosch' WeesinrichtingPagina 74

JPEG (Deze pagina), 868.33 KB

TIFF (Deze pagina), 5.99 MB

PDF (Volledig document), 97.34 MB

72
plaatselijke weeshuizen. Ik meende deze verklaringen onder
de oogen van het publiek te moeten brengen, waartoe hij
gaarne zijn toestemming gaf ; zelfs was hij bereid, indien dit.
verlangd werd, ingeval van proces, als getuige op te treden.
En nu ten slotte. Christenen in Nederlandlja allen, die dit
leest, waar moet het heen, als tegenover hen, die iets goeds
doen, iedereen maar kan schrijven wat hij wil- emtangeloof
vimtt? Bedenkt dat zelfs de opofferende liefde van Maria van
Bethanië, door den giftigen adem van Judas niet gespaard
werd. Ook nu nog treden tegenover elken Nehemia, die iets
goeds werkt, de Tobia’s en Sanballats en Gesems op, om het
werk te verstoren. Christenen! geeft gij dezulken geen gehoor; j
want laster is als houtskool, als ze niet brandt, dan maakt
ze toch zwart. Men houde dus op, giftige pijlen naar den heer
van ’t Lindenhout af te schieten; en - medechristenen, be-
­ denkt, dat onze Heiland gezegd heeft: ,,Hieraan zullen zij allen
erkennen, dat gij Mijne discipelen zijt, zoo gij liefde hebt onder
elkander." En u, mijnheer van ’t Lindenhout zij tot troost de `
bede van Nehemia, Hoofdst. 5 :19.
BREDA, 15 Juli 1893. J. C. FEY.
Reizeml Evangetist in ]V002·a'­ Brabant en Limömjq.
Overgenomen uit de Kleine Courant van 25 Juli:
Vaar de Heere God aan Zijn volk Israël in de Wet der
Tien Geboden zegt: ,,Gij zult geen valsche getuigenis spreken ·
tegen uwen naaste," geldt dit woord niet alleen voor hen,.
die onder de bedeeling der wet leven, maar evenzeer zijn
deze woordcn van kracht voor hen, die zich door de genade
Gods mogen verbli_jden, het Evangelie te gelooven. Toch is
er geen gebod, waar meer tegen gezondigd wordt, dan tegen. J
het valsche getuigenis geven. ])it ondervinden wij in de laat-
ste weken in den Weezenarbeid. Het is alsof ieder zich ge-
roepen acht om een bos_je hout aan te dragen, evenals door
het devote hoertje gedaan werd, toen de martelaar Huss in _,
de vlammen stond. Menschen, die zich nooit ofte nimmer
eenige moeite gegeven hebben om kennis van onzen weezen-
arbeid te nemen, veel minder er ooit aan hebben gedacht of
zullen denken om dezen te steunen, komen als de sprinkha-
nen op uit de woestijn om hun oordeel en dikwerf vooroor-
deel over den VVeezenarbeid uit te spreken. Men heeft Jobs
geduld noodig om al de dwaze vragen van menschen, die alles
beter konden en moesten weten, te beantwoorden. Ieder wordt
philanthroop en elk wil een duit in ’t zakje doen en het is
zelfs in den laatsten tijd voorgekomen, dat het ons na een
grondig onderzoek gebleken is, dat personen stukken in de