HomeNeerbosch' WeesinrichtingPagina 62

JPEG (Deze pagina), 897.19 KB

TIFF (Deze pagina), 6.10 MB

PDF (Volledig document), 97.34 MB

60 ‘
eens zien, of die de noodige ruimte wel heeft en of er een
waschtafel en een waschkom is. Mag ik de keuken eens inspec-
teeren, of die schadelijk zou kunnen zijn voor mijn gezondheid!
Wat krüg ik te eten? ls dat wel voldoende en goed toebereid?
Hoe dikwijls krüg ik in de week spek en vleesch ? Enhoeveel?
Wanneer dit alles aan de vrouw des huizes werd gevraagd, zou
ze er dan nog een oogenblik aan denken zoo iemand in haar
dienst te nemen? Waar slaapt de knecht bij den boer, bij den ·
metselaar, schoenmaker, kleermaker, enz. op de dorpen en ook `
in vele steden? Waar is zün waschkom of zün badkamer? De
baas en de boer zouden zeggen: ,,jongen, ben je gekllndienjü
je niet kunt wasschen in een emmer bü de put ofaan de pomp,
ga dan gerust mün deur voorbü. We hebben hier geen kosthuis ·,=
voor jongeheeren; we hebben knechts noodig, die zich in alles ii
kunnen schikken, zooals wij leven. De anderen zün ons geen
duit waard." ‘
Het is zeer gemakkelijk, en dat kan zelfs iemand, die niet de
minste kennis heeft van opvoedkunde om van jongens en meis-
jes heeren en dames te maken, menschen, die voor alles den `
-neus optrekken, die o, zoo vriendelük zijn, wanneer zij zich j
zelf maar niet behoeven te verloochenen en geen werk behoeven §
te verrichten; maar die brommen als beren en gooien met deuren i
en vensters, wanneer hun bevolen wordt, hun werk te doen.
Dertig jaren lang hebben we strijd gevoerd op Neerbosch te-
gen dezen duivelschen geest van hoogmoed, die ons volk heeft _
aangegrepen, en we hopen geen enkel oogenblik den strijd op
te geven. Zoodra in de Weesinrichtig de weezen zich niet
meer behoeven te behelpen is Neerbosch’ stichting verloren en j.
zou ’t wellicht beter zijn, dat de laatste wees van hier vertrok. j
Ons land wordt overstroomd door een leger van mannen en
vrouwen, die alles meenen te kunnen en veel geleerd hebben, i
maar het minst hunne handen gebruiken en zich zelfverloochenen.
Dat zijn de hommels in den büenkorf van onze maatschappü en lj
we zijn volstrekt niet van plan om dit leger nog met eenige ‘
honderden te vermeerderen. Goed, degelük voedsel, goedeslaap­
plaatsen, gelegenheid om zich te reinigen, wij zün daarvan ;i
de eerste en grootste voorstanders. Maar dat moet alles dan
zoo eenvoudig mogelük zün en daarbij moet vooral niet ontbre­ j
ken goede, degelüke, Christelijke tucht; want waarlük, lieve
vrienden, men vormt geen goede handwerkslieden en dienstboden
alleen door hen een goed bed te geven en goed eten en ge- i`
legenheid, waar zh zich reinigen kunnen, want dit is niet het
voornaamste. Zal men in de maatschappij een zegen worden voor j
anderen en voor zich zelf, dan moet men leeren werken en
zich te behelpen. Ik heb veel meer verwachting van een jongen, ’
die in den winter den moed heeft, zün hoofd onder den water-
straal van een pomp te houden en zich zoo te wasschen, dan j
van het jongeheertje, dat staat te huilen bü zijn waschkom, wan-
neer er geen warm water in is. `
Hoe het zij, laat toch elke inrichting streven, ten eerste naar
0