HomeNeerbosch' WeesinrichtingPagina 52

JPEG (Deze pagina), 928.74 KB

TIFF (Deze pagina), 5.84 MB

PDF (Volledig document), 97.34 MB

50 Jv
Neerbosch bekend gemaakt en geschreven is en waar het in en- §
kele bladen door het overnemen van vuile, lasterlijke berichten .
niet aan allerlei grove beschuldigingen heeft ontbroken, kunnen
we niet nalaten ook in dit blad een stem te doen hooren, die
naar onze bescheiden meening toch ook recht heeft van mede
te spreken. Het is die van Dr. Baljon, predt. te Almeloo.
De lezer van het Twentsclz Zondagsblad, die in het nomrner ,
van 18 Juni het zeer uitvoerig verslag gelezen heeft van de·
brochure van G. van Deth en A. J. van Houten tegen den heer
Van ’t Lindenhout en die daarnaar alleen oordeelt, zal van de·
inrichting en den persoon van den heer Van ’t Lindenhout eenen
allertreurigsten indruk gekregen hebben. De stichter van de·
stichtingen van Neerbosch wordt daar eenvoudig voor een be- Q
drieger en een dief uitgemaakt. Geen hoogere, edele, Christelgke
beginselen hebben hem bg zgn werk bezield, al was ’t ook ten;
koste van de weezen.
Het komt mg voor, dat een woord van krachtig protest daar-
_ tegen ook in het Twentsch Zondagsblad moet gehoord worden. _
Met diepe verontwaardiging heb ik het verslag in onze courant -
gelezen, omdat ik eenigszins den persoon van den heer Van
. ’t Lindenhout en den aard zgner stichtingen ken en ik dien ede- I
len, energieken, vromen man bewonder om al het goede, dat hg
deed en doet op velerlei gebied. Laat mg allereerst mededeelen, j
dat het Nieuwsblad van Nederland hetwelk te Amsterdam uit- _
komt, eenen afgevaardigde gezonden heeft naar Neerbosch om j
de zaak zooveel mogelgk nauwkeurig te onderzoeken, vooral I
wat betreft de behandeling der weezen. Zgn resultaat was, dat.
de brochure eene aaneenschakeling van leugen en laster was, ‘
Aangaande den persoon van Van Houten deelde genoemde-
courant mede, dat hij zich als Christelijk onderwgzer bg den
heer Van ’t Lindenhout had aangemeld, maar spoedig blgken
gaf, zulks volstrekt niet te zgn. De heer Van ’t L. verzocht hem '
daarop zgn ontslag te nemen en toen hg zulks weigerde, kreeg ·
hg het. Daarop dreigde Van Houten den heer Van ’t L. aan de-
kaak te zullen stellen in eene brochure. Natuurlgk bracht deze·
bedreiging geen verandering in het besluit van den heer Van ä
’t L. Ook ging de directeur als man van karakter niet in op­ '
het latere aanbod van Van Houten, de brochure terug te zullenr .
houden, wanneer hg f 300 kreeg. De karakterlooze Van Houten,.
die slechts betrekkelijk korten tgd aan de inrichting verbonden. A,
was, vond later eenen bondgenoot in Van Deth, die, als ik wet
ben ingelicht, niet geheel toerekenbaar is voor zijne woorden en “
daden. De kieschheid verbied om in een courant meer hiervan
te zeggen. 4
De voornaamste beschuldiging lgkt mg deze, dat de heer Van l
’t L. van een arm colporteur, die voor f 7 per week uitging, door j
de inrichting een man van geld geworden is. Tegenover deze· .
lasterlijke bewering diene de lezer te weten, dat de heer Van.
’t L. een zoon is van zeer welgestelde, gefortuneerde ouders,. J
rl
I