HomeNeerbosch' WeesinrichtingPagina 40

JPEG (Deze pagina), 908.51 KB

TIFF (Deze pagina), 6.06 MB

PDF (Volledig document), 97.34 MB

38
Overgenoinen l11it_Het, Oosten van 19- Jnlif · s ` _
In de ,vele Mieveu, vooral van vrienden', die van dè
grootste belangstelling in onzen weezenarbeid. gedurende de
dagen van moeite: en strijd getuigen, wordt niij bijna altijd
gevraagd, hoe het gaat met" de inkomsten voor het onderhoud
van het groote gezin. Tot mijnegroote vreugde mag ik ine-
dedeelen, dat dagelijks, ook te midden van laster en vergui-
zing, voor de weezen het noodige wordt gegeven. Vele gaven
zijn ons in de laatste weken gezonden, waarin wij meer dan
ooit Gods vaderhand mogen zien en de vei·hooring onzer ge·
beden om het clagelijksolirbrood voorde oudeiTloozenaansehou­
wen. Dat God een Vader der weezenjis, hebben wij dertig '
jaren ondervonden. We hebben dat gezien in dagen van hel-
deren zonnesohijn over Neerbosch? Inrichting'; wij- mogen dit
` nog meer opmerken, nu er zulke zware, donkere. wolken van
beproeving overdrijven. l
In enkele brieven is mi_j gevraagd geworden, hoe ik daeht ‘
te handelen, wanneer de giften niet meer voldoende inkwamen ;
om het groote huisgezin te onderhouden. Welnu, ik wil hier
een kort en zoo ik hoop voor allen afdoend antwoord op geven. `
Van zekere zijde heeft men er altijd op aangedrongen om voor
de toekomst der Weesinrieliting te zorgen en een kapitaai
saam te brengen. Vij hebben nooit moeite gedaan om hier-· T
voor gelden te verzamelen, maar door een zuinig beheer en
goede administratie is, zonder dat wij giften gevraagd heb-
ben voor kapitaal, een aanzienlijke som het eigendom gewor-
den van de Ve¢·emáyzYng tmf ojmemiaq en opvoediozy mm oerwaar/00sc/e ··
mazen. Vele kinderen zijn op Neerboseh, waarvoor niets wordt
bijgedragen. Het zijn deze, die vóór hunne opname tot de
meest verwaarloosden behoorden. Voor een deel bedelden zij A
en zijn juist die kinderen, waarmede wij de meeste moeite
hebben. En wat merkwaardig is, van de familie dezer kinde- j`
. ren oogsten wij de minste dankbaarheid. Zij zijn voor mij en {
allen die medearbeiden aan hunne opvoeding en verzorging
degenen, die op financieel gebied en wat hunne opvoeding
aangaat; de meeste zorgen veroorzaken. Nu is het niet onmo-
gelijk, dat de ondankbaarheid van deze kinderen en van hunne i
familie mede een oorzaak is, waarom de Heer heeft toegela­ j
ten, dat de beproeving over Neerboseh’ Stichting is gekomen.
En hoewel het ons diep zou smarten deze kinderen terug te i
moeten zenden naar de familie of naar de plaats van waar ze
komen, zoodat er groot gevaai· bestaat, dat zij in de grootste ?
ellende vvegzinken en van hunne opvoeding ook voordat ge- V
deelte van hun leven, ’t welk zij op Neerbosoh hebben door-
gebracht, veel verloren gaat, zou de geldelijke nood ons kun· J