HomeNeerbosch' WeesinrichtingPagina 35

JPEG (Deze pagina), 879.94 KB

TIFF (Deze pagina), 6.06 MB

PDF (Volledig document), 97.34 MB

l
33 , l
j l
I De heer P. Sc/tzumz uit Rodáerdam dankt den vorigen spre­
ker voor zijne gevoelvolle woorden.
J De heer ]|]. ww der Hocvmz uit Rozfzfewlam spreekt over de Ԥ
. straffen. Hij is, zooals hij zegt, lang geen zoetejongen geweest,
j dat _weten de oud­weezen ook wel (geiacá) en heeft veel straf
' gehad, maar is nooit gegeeseld. Als arme wees is ~hij op N.
F gekomen, en daar heeft hij geleerd, hij is geworden wat hij
j is, een man, die door de wereld kan komen. Er zijn er van
Neerbosch vertrokken, die blijde waren dat zij weggingen
maar die waren te lui om te werken.
Nu in de laatste dagen de kroon van Van ’t L. zoo schuin
jj . is gezet, zal ik, en moeten alle oudweezen doen wat in hun
j vermogen is, om die kroon te verhoogen. (applaus) M
_ Spr. is verontwaardigd tegen de oudweezen, die met v. D.
j cn v. H. heulen. I
_, Van Houten schrijft, dat hij nauwelijks genoeg eten kreeg, ~
maar gij weet ook wel, oud­weezen, dat ik meer dan éénmaal
., van de onderwijzerskamer een broodje heb weggenomen. I
(li? Spr. sluit met een zegenwensch voor v. ’t L. en zijn vrouw,
,ï‘ die door allen met een daverend applaus wordt aangehoord.
j De heer Houzfmm verzoekt de sprekers zich te hekorten, daar .
de tijd dringt, en vraagt of er ook zijn die tegen. de Stichting
willen spreken.
j Nu dringt G. ’I‘h. van den Bergh naar voren. I
Hij begint met te zeggen, dat hij nog voor noch tegen de I
Inrichting is, maar wil slechts het volgende verhalen: j
4 Als jongen van 14 jaar kwam ik in de Stichting. Ik had
j er ook buiten kunnen blijven, maar men vond het beter, dat
·_£ ik ging. lk leerde er, en toen de heer v. ’t L. mij na volbrach-
jj len leertijd vroeg, wat ik wilde worden, zeide ik: Teekenaar
i of kunstschilder. Dat zou niet best gaan, zei de heer Van
‘¤ ’tL. maar we zullen zien. Ik wilde gaarne een soort van mijn- i
ii heer worden, en toen ik hoorde, dat ,,het niet gaan zou,"
ij" koos ik het boekbindersvak maar. Dat ben ik 3jaar geweest.
te Toen heb ik weer geschilderd, heb les gehad, en een eigen
ij kamertje gekregen, waarvan mevr. Van ’t L. na veertien da-
l gen de gordijnen weghaalde. Dat deed ze om mij te plagen,
maar ik trok het mij niet aan, en ik kocht nieuwe. Ik heb
. geen slaag gehad ; ik gaf er ook geen aanleiding toe. {Stem-
êj w2em.· ,,Wa{ zoete jongen./") Maar ik wijt aan N. dat ik niets
" meer ben geworden dan een gewoon schilder. Ik had aanleg,
_ ,‘ genie, maar dat is daar verloren gegaan. (Emmisluhgwzie dus)
j Over het eten klaagt hij verschrikkelijk. ,,Bruine boonen
jg waren niet le eten, en eens kregen wij roodekoolbladeren tot
K
voedsel .Als zulk eten op tafel stond werden er geen bezoeker;
H toegelaten. Eens hebben wi_j geweigerd te eten. Door Bloe-
5; 3
ti
`ti ‘
t
l