HomeNeerbosch' WeesinrichtingPagina 32

JPEG (Deze pagina), 809.22 KB

TIFF (Deze pagina), 6.09 MB

PDF (Volledig document), 97.34 MB

30
(Nooit! nooit!) ’t Is waar, het eten is niet zoo goed als thuis,
maar korf is yoed. ·
Van Deth, zegt hij, heeft uit goede bron vernomen van
een kaartlegster, van een jnfïr. Va11 ’t Lindenhout uit Amste1·- I
dam, waaruit slechts blijkt, dat het hem te doen is om de
familie Van ’tL. te sohandaliseeren. Dat is een goede bron! ï
Van Deth klaagt over de volheid der slaapzalen. Hij zelf
zegt, dat hij woont met nog een man, een vrouw en drie
kinderen op een kamer, die zit-, eet­, slaap- en studeerkamer
te gelijk is. j I
Zijn kinderen hebben verklaard, zich liever in den Amstel
te verdrinken, dan naar N. terug te gaan. Dat zegt genoeg I
om te zien, hoe de kinderen van Van Deth zijn.
Voorts beweert Van Deth, dat Van ’t L. alles in ’t grooi I
doet, ook weezen verongelukken. I
Goeden dag, verongelukte weezen!
` Men heeft hem (v. D.) met schorpioenen op den rug gezeten I
zooals hij zegt. De gehouden briefwisseling met zijn broeder il
te Brussel en met zijn zwager den Heer Wiegaiid te Am-
sterdam, zegt ons wat die schorpioenen zijn. Luister: ze be- I
stonden in deze woorden: ,,Zend uw kinderen naar N. terug, I
want wij gelooven dat het Gods wil is."
De administrateur Bloemendal opende de brieven. Er zullen j
er bij geweest zijn, waarvan het noodzakelijk was, en ditis
van buiten niet te zien.
Van ’t L. is volgens Van D. een slavenhandelaar. Vergelijkt ,
oud-weezen! uw toestand met dien van anderen, dan zult gij
zien, hoe woor Van D. hier is. I
Dat v. D. hoopt dat Van ’t L. zal verpletterd worden onde1·
de publ. opinie, teekent den persoon. I
Hij beweert verder, dat de zoons van Van’t L. huizen bewonen,
die in Amsterdam nog voor geen f 10.000 te huren zijn. Ik
heb van zulke huizen in Amsterdam nog nooit gehoord.
Het kerhof ligt achter ’ t Ziekenhuis, en nu er een nieuwe
ziekenzaal bij zal komen, wordt die nog meer bij ’t kerk-
hof geplaatst, om, zegt. v. D. wat spoediger kinderlijkjes te
kunnen verdonkeremanen. I
Oud-weezen, hebt ge nooit eens een sterfbed in de Stichting
bijgewoond? Zoo ja, dan herinnert gij u, hoe Van ’t L. toen I
was; bedroefd met de bedroefden; hoe hij de weezen op ’t
korstondige van ’t leven wees, en ge herinnert u zeke1· het I
lied, dat meer dan eenmaal is aangeheven: I
,,Hij slaapt (of zij slaapt) in de groeve zoo zacht." I
Wat v. D. schrijft omtrent de voeding, dat de kinderen I
’s morgens droog brood kregen, spreekt hij later weer tegen, `
als hij zegt, dat het besmeerd was met afval uit een j
I