HomeEen menschwaardig bestaanPagina 18

JPEG (Deze pagina), 865.35 KB

TIFF (Deze pagina), 5.85 MB

PDF (Volledig document), 15.31 MB

r 18 ..
l het kapitaal zich voor edeler, voortreffelüker en onmisbaarder ‘
zou houden dan de werkkracht, zal wel geen rechtschapen
‘ . man kunnen aanwijzen. Bij de regeling van arbeidsduur en `
arbeidsloon is de werkkracht zeker de zwakste. Daar staat ~ ,
i tegenover dat het recht van werkstaking thans ook den `;
_ ï goedgezinden werkgever treft, en dikwijls onverdiend, soms
tegen de begeerte van de werkstakers. Gewettigd gebruiktis I
’ werkstaking thans bijna het eenige middel, waardoor de ·.
werkman tot zijn recht kan komen. De tegenwoordige 0nge·
regelde verhoudingen in de maatschappü veroorzaken echter
dat het middel meestal hoogst onrechtvaardig treft. Gezwegen
nog van het feit, dat dit wapen gewoonlgk het noodlottigst
is voor de partij die het hanteert. J ~
De arbeid van den bekwamen arbeider geeft hem tegenover
j den werkgever recht op de middelen voor een mensch- ’
ïl waardig bestaan. Onder die middelen reken ik: een loon zoo '
hoog dat de man voor zich en zün gezin kan voorzien in `
jj behoorlijk, voedend voedsel en betamelijke kleeding; dat hg `
5 zijnen kinderen het onderwüs kan doen geven, dat hen vormt ·‘
V tot behoorlijk ontwikkelde leden van hun stand; dat hij een ·*
l woning kan hebben, die hem niet verhindert om te voldoen
` aan de eischen van zedelijkheid en gezondheidsleer. Een V
woning dus, die genoeg licht, voldoende luchtverversching en `
uitstekenden afvoer van faecaliën heeft en gelegenheid aanbiedt {
om de kinderen, zoodra hun leeftijd daarvoor gekomen is, *
gescheiden te doen slapen. ' I.
V Indien de wettelijke maatregelen, daartoe te nemen, uit­ _
sluitend zich bezighouden met den arbeidersstand, zal een ‘ ’
ander hoogstbedenkelijk gevolg zich er uit ontwikkelen; en
. wel dit, dat de armoede zich verplaatst en gaat drukken
gi op den kleinen burgerstand, inplaats van op den vierden _
l stand. Wettelijke maatregelen, die loon en arbeidsduur rege- ,
E len, zullen dus gepaard moeten gaan met regeling van kapi-
taal en grondbezit. In dier voege, dat aan de onbeperkte
ll combinatie van kapitaal een einde worde gemaakt, en ven-
5 ` nootschappen door zwaarder lasten getroffen worden dan
j kapitaal in eigen hand. En adat grondbezit zijn maximum
· verkräge. Landnationalisatie heeft - om alleen dit te nee- ­
men - hetzelfde gebrek als collectivisme. Wat ons allen
5 gezamenlijk behoort, is niemands eigendom. Maar betrek-
i kelijk klein grondhezit is een zegen voor een volk. Ook op -
{ dit punt verwijs ik met nadruk naar de Mozaïsche·awetge­ [
g ving. Ieder geslacht had zijn eigen, onvervreemdbaar grond= 4
bezit. De grond kon niet verkocht worden. Groote grond"-
; Sw
l