HomeEen menschwaardig bestaanPagina 16

JPEG (Deze pagina), 843.25 KB

TIFF (Deze pagina), 5.45 MB

PDF (Volledig document), 15.31 MB

L 16
De stolfel§ke middelen van des menschen bestaan behooren
3 geëvenredigd te zijn aan zijne roeping als redelijk wezen en
aan de positie, welke zijn Schepper hem door aanleg, om- j
. geving enz. aanwees in de maatschappä. Zü behooren dat te
z§n door middel van zijn arbeid. Die moet voldoende vrucht
g opleveren. Die moet hem meer geven dan noodig is om »van
de hand in den tand te leven." Die arbeid moet verricht
worden door den man. Ik wees er u reeds op dat de man
(niet de vrouw) in het zweet züns aanschüns zün brood zou
eten. Voor de vrouw gold de uitspraak: »Met smart zult
g§ kinderen baren en tot uw man zal uw begeerte zijn."
Zij werd aan het gezin verbonden en vond daar haar boven­ __
matige moeite; zóo groot dat ze zich in onaangename afhan-
kelijkheid van haar eigen man gevoelde.
v Maar de verhouding tegenover den door de zonde belee-
digden Schepper is een andere dan die tegenover den mede-
­ ‘ mensch. Meermalen is beweerd (natuurlijk door r§ke men-
I sehen) dat de armen bestonden om de rijken weldadigheid
V te leeren. Van zulke rgken kan men niet anders zeggen,
dan wat Dr. Kuyper in zün »Het sociale vraagstuk" zei:
l »God vergeve het hun l" Even goddeloos als die bewering
is, even goddeloos is de stelling in woord of daad dat de
armen er zün om het kapitaal van de rijken in stand te
houden. In den grond der zaak zijn beide beweringen éen.
De eerste raakt het zedel§k, de tweede het stoffelijk kapitaal
van den kapitalist. Geen enkel mensch is geschapen teu ge-
· bruike van zijn medemensch.
Zeker: de man, hij zij zoo arm mogelijk, die God vreest,
kan reken en op het woord van Christus Jezus: »Zoekt eerst
het koninkrijk Gods en al deze dingen, waar de heidenen
r om zwoegen, zullen u in den schoot geworpen worden." »Weest
dan niet bezorgd voor den dag van morgen!" Maar welk oor-
­ deel zal eens gaan over hem, die onbezorgd was voor den dag Y
j van morgen, omdat hä vertrouwde op zijn brandkast en wat j
daarin was, en die daarbij hun, door wiens werkkracht hü ` g
i die kast vulde, aanleiding gaf om wel degelük het hoofd
’ ’s avonds met zorge voor den volgenden dag op den stroozak =
ter ruste te leggen?
j Daar zün echter nog andere oorzaken dan lage plutocra­
V tie, die verhinderen dat de werkman behoorlijk inkomen van
I zgn arbeid trekke. Bovenal noem ik de volkomen onbeteu-
gelde concurrentie, die lang niet altijd eerlijk is. Menigeen
E is niet instaat als werkgever het behoorlijke loon aan zijn
` werkvolk uit te keeren, omdat zgn kleine kapitaal hem ver- I
T i
I i
Wi, n.