HomeFrieslands slikgeldmillioenen aan hunne bestemming onthouden, eene grove onwaarheidPagina 37

JPEG (Deze pagina), 788.60 KB

TIFF (Deze pagina), 5.65 MB

PDF (Volledig document), 39.06 MB

35
making enz. der uitgeveende gronden, hetzy dit geschiede
bij eene algemeene of gedeeltelijke bepoldering, hctzg
j büzondere, particuliere bepolderingen, en dat, indien blijkt,
dat noch het een noch het ander kan geschieden, door de
Staten aan de opgelorachte slikgelden eene bestemming,
zoo na mogelijk aan de oprspronkelijke, zal worden gege-
ven, op de wijze als dit ten opzichte van Tiezfjerksfemcleel
i enz. heeft plaats gevonden.
i Ik heb nog één punt te bespreken, mij, in verband met _
i den toon en de strekking van uw optreden, zeer vreemd en
onverklaarbaar. lk bedoel het volgende.
l Hiervoor heb ik er reeds op gewezen, dat, bij bedijking
, van geheele of gedeeltelüke veenkringen of bij particuliere
J bepoldering en droogmaking in deze, van de gestorte
ir slikgelden een door de Staten vast te stellen gedeelte
moet worden ingehouden, ter verzekering van het op-
volgend onderhoud der werken en van de kosten van be-
heer, welk gedeelte dus op het Grootboek moet blüvcn
i e belegd.
Dit in te houden bedrag mag in vele waterrijke streken,
· waar de dijken hoog en zwaar moeten zijn, in vele gevallen
1 gerust op een derde van de opgebrachte slikgelden worden
. gerekend.
Eene daarvoor te stellen som had Uimmers van de, laat
. ze mij noemen, uwe millioenen moeten aftrekken. En dit
is niet door U geschied.
· Als nu in art. 2 van het veenreglement als beginsel voorop
, is gesteld, ,,dat het opgebrachte slikgeldfonds is bestemd
voor de bepoldering en droogmaking of drooghouding der
Q ver- of afgeveende gronden, en de instcmcZl20ucZing der werken,
X