HomeFrieslands slikgeldmillioenen aan hunne bestemming onthouden, eene grove onwaarheidPagina 28

JPEG (Deze pagina), 781.85 KB

TIFF (Deze pagina), 5.52 MB

PDF (Volledig document), 39.06 MB

26 j
20. om daaruit, hetzü vóór, hetzij na eene algemeene j
bepoldering aan de eigenaren of aan eene Vereeniging van
eigenaren, die cofzonderlryk hunne uitgeveende gronden wen- °
schen in te polderen en droog te maken, teruggaaf van _
het door hen uit die gronden opgebrachte slikgeld te kunnen j
verleenen, een en ander na verkregen vergunning der Staten
en onder inhouding van eene som, uit welker renten de
kosten van onderhoud der bepoldering enz. kunnen worden j
gedekt; 30 tot teruggaaf van de slikgelden aan de eigenaren ä
van verveende gronden, die na vervening wegens hunne
hooge ligging niet behoeven te worden bepolderd, mits
deze gronden weder voor de cultuur zijn geschikt gemaakt; 0
40 tot bevordering van het doel, vervat in de boven aan- .
gehaalde Bcpalmqm, door de Staten voor de veenkringen
in Ticzy`c¢·kste¢r·acZceZ, Dcmtzmmdccl en Aclzytkcwspclm vastgesteld. i
Maar, als nu geen aanvragen tot bepoldering c. a. hetzij
van een geheelen of van een gedeeltelijken veenkring bij de `
Staten inkomen en het waterstaatsbelang der provincie,
art. 70, die bepoldering niet vordert, en er evenmin aanvragen
worden ingediend betreffende het aanleggen van particuliere
bepolderingen, - is dit dan de schuld van de Staten of
van hunne Gedeputeerden?
ls het hun te wijten, als er krachtens het provinciaal l
reglement nopens de oprichting van waterschappen, in welks `
raam ieder waterschap, hoog of laag gelegen, met of zonder »
inpoldering, past, niet meer waterschappen worden op- _
gericht ? _
leder, die wil vervenen, ­- en daartoe is de Koninklüke ën
vergunning, voor zoover de vervening in veenkringen betreft,
K
vr
l
rl