HomeRerum NovarumPagina 22

JPEG (Deze pagina), 859.44 KB

TIFF (Deze pagina), 5.92 MB

PDF (Volledig document), 24.56 MB

l
x
l
i
· krijgen, die tot verschillende levensbehoeften, `
. allereerst tot het eigen levensonderhoud noodig i
" zijn. ,,ln het zweet uws aanschijn zult gij uw ‘
brood eten." Vandaar draagt de arbeid krachtens
1 de wet der natuur een dubbel karakter; voor-
eerst is de arbeid persoonlijke daad; de kracht
waardoor zij wordt verricht is deel van den
persoon, is het eigendom van hem, die haar
j gebruikt en tot wiens gebruik zij is geschapen.
j Maar de arbeid is ook een nooclzakelüke daad,
jê omdat de mensch den arbeid noodig heeft tot A
lj zijn levensbehoud; het leven behouden echter
I is het hoogste gebod der natuur. Beschouwt
men den arbeid nu alleen als persoonlüke daad j
ä dan, zonder twijfel, staat het een arbeider vrij
w j op het loon allerpijnlijkst te laten afdingen;
de wil, die den arbeid belooft, kan ook met .
E een karig, met een loon, dat geen naam verdient, `
1 vrede nemen. Maar de uitspraak luidt anders
als met het persoonlijk karakter der daad
, ook het karakter van nooclzaolk verbonden
li wordt, dat wel in de bespiegeling, niet in de `
V werkelijkheid daarvan is te scheiden. Het leven .
I " in volheid te behouden is voor een ieder een-
‘i zelfde plicht, zonder misdaad verzaakt men
j ` dien niet. Uit dien plicht stamt het recht op
, j het verkrijgen der dingen, die het leven onder-
t ‘ houden; dingen, die den armste alleen het ar-
beidsloon verschaft. Al mogen dan arbeider en ‘
. patroon vrij hun overeenkomst, met name wat _
gi A het loon betreft, sluiten, daar blijft een eisch van
_ _ natuurlijk recht, hooger en ouder dan de vrije
*l wil der de overeenkomst sluitenden, deze eisch
‘_ dat het loon niet mag gaan beneden de levensbe­ .
li .
, Q 20 5
‘ ei
*1:1 X