HomeKloosterleven ontmaskerdPagina 97

JPEG (Deze pagina), 970.74 KB

TIFF (Deze pagina), 5.59 MB

PDF (Volledig document), 109.03 MB

Q
88
_ u in het klooster te doen opnemen, want in dien tüd zult ­
gij uitgevonden hebben, dat gg van vijf en twintig cents
niet lang in Baltimore kuntleven!" Aartsbisschop Spalding
L bekende later, dat hetgeen hem het meest speet,_was,dat I
“ hü uit züne tegenwoordigheid had laten vertrekken, voor- `
· ~ dat hij mh veilig in het klooster had.
Mün hart verhardde zich tegen de Roomsch Katholieke _
kerk; ik had ha.ar beproefd en ontoereikend gevonden. lk
zou liever van honger sterven of van koude omkornen, dan {
ooit weder hulp of bescherming zoeken bij hare verharde i p
priesters. Wat betreft het zoeken van eene betrekking, ik
was daaromtrent zoo onwetend als een pasgeboren kind:
¤ ‘ daar ik in het klooster opgesloten was geweest, wist ik
zeer weinig van de gebruiken der wereld. Afgetobd en ver-
- moeid wist ik niet wat te doen, waarheen te gaan of op
j welke wijze rust te vinden. Hopeloos en afgemat schelde
@ ik aan een heerenhuis en met flauwe stem vraagde ik of
men daar eene dienstbode noodig had. ,,N een, die hebben wij
niet noodig - maak dat gn wegkomt," werd mij geant-
woord door iemand van de klasse, die men de dienstbare
noemt; terwijl in de tweede woning, waar ik moed genoeg .
. verzamelde, om aan te schellen, een wantrouwende blik,
‘ en eene koude hoofdsohudding het eenige antwoord was, ,
dat mijne verlegenvraag ontving, waarna; de deur in stilte ·
gesloten werd. Intusschen kwam de nacht nader, terwül
ik doelloos ronddwaalde gelük een verloren schaap, en ten
laatste keerde ik mij met een treurig gevoel van verlaten- -
heid van de straten van Baltimore af, zonder te weten,
· wat er van mü zou worden - alle hoop was mij ont- ` j
zonken. ‘ {
Van honger en koude te sterven is iets, waaraan de na- _j
I tuur zich niet lijdelijk kan overgeven. Ik dwaalde van de _ "i
stad af en toen de nachtelüke schaduwen over de aarde
vielen, bevond ik mij op een eenzamen weg bij een bosch, ,..,
dat mij een uitlokkend toevluchtsoord scheen aan te bie- ‘
den en ik gevoelde, dat ik liever in het eenzame woud
j ` zou sterven, dan in de drukbezochte straten van de
stad. Ik wandelde dus het bosch in, en in dien kouden
herfstnacht maakte ik daar een bed van dorre bladeren,
onder den blooten hemel. Met wanhopigen blik sloeg ik mijn
blik op- naar de sterren, en dacht na over de macht van