HomeKloosterleven ontmaskerdPagina 71

JPEG (Deze pagina), 970.09 KB

TIFF (Deze pagina), 5.71 MB

PDF (Volledig document), 109.03 MB

[ (
J
l 62
J I,
` gezien had; hij vraagde of ik ziek was geweest, omdat ik 1
T zoo bleek zag. Ik zeide hem, dat ik op den rand des grafs rl
I geweest was, en verzocht hem voor mh te bidden, omdat
j ik vreesde, dat ik müne roeping had gemist en niet zalig
kon worden.
, ,,0 ja!" antwoordde hü; ,,zeker zult gij naar den hemel
gaan; gg zijt zoo goed, zoo lief !" _
, I-Iü kwam toen naderbij, en, vóór ik züne bedoeling be- "
j merkte, bukte hh zich en trachtte mij een kus te geven, _
waarop ik schreeuwde en de gang in liep. Vader Schnuttgen
, den schreeuw hoorende, kwam de gang in en vraagde:
,,Wat gebeurt er?" Ik antwoordde verontwaardigd, op den
broeder wijzende, die in de deur van de spreekkamer stond:
,,Vraag het dien broeder!" Vader Schnuttgen nam mü in de ­
biecht, en bestrafte mij op de strengste wijze. I-Irj zeide, dat
I ik mg veel te büzonder aanstelde, en dat de broeder niets
i kwaads bedoelde, en dat ik eene groote zonde had bedreven
@ met zoo te schreeuwen en daardoor schande over het kloos-
` ter te brengen, Met eene vermetelheid, die mijzelve ver­
` baasde, zeide ik hem, dat ik geloofde, dat alle priesters slecht
waren, en dat het eenige waarvoor zij zorgden, was, dat '
. zü niet ontdekt zouden worden. Ik verliet den biechtstoel
; zonder te wachten op züne absolutie, en keerde dat klooster
,` voor altijd den rug toe.
i Vader Walsh deed nu veel moeite om mij over te halen,
y de familie waar ik woonde, te verlaten en bij zijne zuster
i te komen wonen, waar hg mh dikwüls kon zien. Ik weigerde
LV · stellig mevr. Willt te verlaten. Hij zeide daarop: ,,Zuster,
gij hebt het klooster verlaten, en zijt nu vrü. Ga met mg l
· naar eene plaats, waar wij onbekend zgn; ik zal müne pries-
terlüke waardigheid vaarwel zeggen en onderwüzer worden.
l Wij kunnen ons huwelijk door een protestantsch predikant · . ·*`
* laten inzegenen, en door eene levenslange toewüding wil .
ik trachten het vreeselük leed, dat ik u veroorzaakt heb, j
zoo veel mogelgk te herstellen? Ik antwoordde hem, dat
’ ik, ofschoon ik het klooster verlaten had en de huichelarü
._ der priesters had uitgevonden, toch den Roomsch Katho-
* · » lieken godsdienst niet wilde vaarwel zeggen. En als Ka- ’
Q tholiek kon ik een huwelük door een protestantsch gees-
telüke ingezegend, en vooral een huwelijk met een gezalfd
priester, niet anders als onwettig beschouwen, en, daar