HomeKloosterleven ontmaskerdPagina 63

JPEG (Deze pagina), 969.67 KB

TIFF (Deze pagina), 5.88 MB

PDF (Volledig document), 109.03 MB

ll ` . · ` · ­ ` "f"= r
l t . er . l
` is een geheiligd priester van God, en zal niets_ kwaads `
. doen; hg weet beter dan gg wat eene zonde en wat
T J geene zonde_is. Hg beproeft u slechts. Het spijt mg, dat
_;; gg niet in een bedaarder gemoedstoestand zgt. Herinner ,”
" u, de wil van uwe superieuren is voor u de wil van God, l;
- en zg willem, dat gg zult blgven, waar gg zijt. "
Z, Uwe moeder in Christus,
Moeder MARY XAVIER.°,
. .·f
‘ Uit dezen brief werd het mg duidelijk, dat ik niets te 1
Q verwachten had van eene vrouw, wier wil ik gehoorzamen
I . moest. lederen dag werden de betuigingen va.n Vader Walsh
,ï vuriger. Ik smeekte hem, om, indien hg mg beminde, die
,; liefde te bewijzen door van mg heen te gaan en mg in het
H geheel niet meer te zien. Ik stelde hem de foltering voor,
die zijne liefdesbetuigingen mij veroorzaakten;ik wees hem
pf op zgne eigene ontrouw aan zgne heilige verplichtingen,
die hij zeer licht scheen te achten, daar hg mg dikwijls
;= wilde overhalen, om het klooster te verlaten en met hem
i mede te 'gaan. Er was echter eene crisis op handen, die
V mijn ganschen levensloop zou veranderen en die teweeg-
gebracht werd door dat Vader Walsh eene van de verschrik-
j kelgkste misdaden trachtte te bedrgven, waarvoor ooit door
i de beleedigde menschheid om rechtvaardige vergelding is
gesmeekt.
; Eens, een paar weken later, was ik bezig met het ver- ‘
i richten van mgne gewone werkzaamheden in de kerk; het
; . was zeven uur in den avond; ik nam de vesperversieringen
van het altaar weg, en versierde het voor de vroege mis
van den volgenden morgen. Toen ik daarmede bezig was,
t kwam Vader Walsh binnen en knielde op de trappen van V
.. het altaar neder, alsof hg in hetgebed was. Toen kwam 7
, hg achter het altaar, waar ik eenige bloemen tot bouquetten e
maakte, waarmede de tabernakel moest versierd worden i
[ en een klein fleschje uit den zak halend, zeide hg: ,,Lieve
, ­ zuster, ik heb opgemerkt dat gg een leelgken hoest hebt; r
ik heb iets voor u medegebracht, dat een zeker genees-
middel is; ik vertrouw, dat het u goed zal doen en ik
1 wenschte, dat gg het nu eens beproeven wildet, liefste."
T Terzelfder tijd schonk hg iets van het vocht in een reini-
. gingskelk en bood mg te drinken. Met al den eenvoud ‘