HomeKloosterleven ontmaskerdPagina 56

JPEG (Deze pagina), 1.01 MB

TIFF (Deze pagina), 5.86 MB

PDF (Volledig document), 109.03 MB

‘»; V -·y­
4,7 . .
zag, beminde ik u reeds, en ik ben sedert geen oogenblik `.
gelukkig geweest; ook vrees ik, dat ik het nooit meer wor- s
j den zal. O, müne lieveling, ik ben zeer verzocht geworden! .
Ik kan u niet uit mijne gedachten verdrijven. Bü mijne
misbediening, in mijne gebeden, en bij al mijne godsdien­ ,
stige plechtigheden komt uw beeld tusschen mij en mijn _
` God! O zuster, ik kan niet nalaten u te beminnen. Ik owmbid
- u, en hoe gelukkig zouden wü kunnen zijn, indien het ons p
slechts vergund ware, om met elkander inhet huwelijk
` W te treden. O, waart gij toch geene zuster, ware ik geen M!
5 priester!" BQ deze woorden barstte hij in tranen uit, ter- E
Q * wijl zijn gansche lichaam beefde en trilde van diepe aan- .
j doening.
j Toen zijne aandoening een weinig bedaard was, zeide hij: ç'
i ,,En nu, mijne lieve, zeg mij, dat gij mij ook bemint."
- 7 Mijn hart bloedde, toen ik hem aldus antwoordde: ,,Vader, r
i het spijt mij, dat ik u ooit op mijn weg heb ontmoet. Gave
1 God, dat wij elkander nooit gezien hadden! Maar nu dit -
i zoo is, moeten wij scheiden. Het is zondig voor ons, om in
dezelfde plaats te blijven - wij kunnen nooit iets meer
i voor elkander worden, dan wat wij nu zijn. Zijn wij niet _ A
i beiden door geloften gebonden, wier heilige verplichtingen
i wü moeten nakomen, of anders zullen wij onze onsterfelijke .
j ziel verliezen; en indien wij onze ziel verliezen, wat nut i
T zou ons _de geheele wereld aanbrengen of wat zullen wij
{ geven tot lossing van onze ziel? Ik heb reeds gezondigd
1 met naar u te luisteren, en ik smeek u mij nimmer weder ;
zulke liefdesbetuigingen te doen." . G
, Ik verliet daarop onmiddellijk de kamer; ik liet hem r
[ weenend achter, en spoedde mij naar mijne cel, en daar, rl
in eene doodelijke smart, waarvan niemand dan God ge- * i
" tuige was, wierp ik mij aan Zijne voeten, en met een E E
bloedend hart bad ik, om verlost te worden van de hevigste A .
beproeving, welke mij ooit had getronfen. 2
o lk schreef terstond een brief aan moeder Xavier, haar
mededeelende wat er gebeurd was, en haar smeekende mij . 3
naar eene andere stad te verplaatsen. Op dien brief ontving .
ik geen antwoord. Vader Walsh herhaalde zijne liefdesbe­ A
g tuigingen niet aanstonds weder met woorden, maar ieder
zijner blikken en de toon zijner stem deed ze mij bespeu­ ·
ten. Ik vermeed zooveel mogelijk hem te zien, en was zeer L