HomeKloosterleven ontmaskerdPagina 45

JPEG (Deze pagina), 1.01 MB

TIFF (Deze pagina), 5.84 MB

PDF (Volledig document), 109.03 MB

F ’ - . , Y ,7 [ Y. ,.,,
tl
i 36 _
ïj , r Q
hr ‘ stelde, om gebruik te maken van de vurige indrukken van ! ·
E , -- mijne natuur, om ze tot de onnatuurlijke hoogte te doen E
j . i stügen van godsdienstige dvveperü. O! welk een verderfe- l
lf f lijken invloed heeft toch de biecht, dat vreeselük wapen v
Y van het priesterbedrogl deze sluwe manier om de heiligste j
· O geheimen te doorgronden en het zwakkere geslacht in ke- W
s l tenen te binden!
eg ' - Groote nauwgezetheid is altüd een karaktertrek van mij
· geweest. Dit was ook het leidend beginsel geweest van .. W
mijne aanneming van het kloosterleven. Werkelük verlan­ jj
i gend om müne ziel te redden en verblind door het geloof, {
’ dat ik dit niet doen kon, wanneer ik in de wereld bleef, j
V; had ik mijzelve op het altaar der zelfopoffering - der I
zelfovergave gelegd. Daar ik met meer dan gewonen ijver =
lj Q was bezield, had niets in den vorm van zelfverloochening
D mij verschrikt; mijn geestelijke hoogmoed was er zelfs op {
ä; __ Y. listige wüze door gevoed. Door eigen roem verblind, vanwege ,
s, *. de opoffering van familie, vrienden en bekenden, die ik , g
jg , gedaan had, gevoelde ik, dat ik terwille van mijne eigene 1
Y-’ _ bevrediging het werk, dat ik begonnen was, moest voleinden ·.
ljf 'D en moest trachten het alles te vergeten; en dat ik, nu ik van ‘
l; alle aardsche banden ontslagen was, aan niets anders moest j
I denken, dan aan de zaligheid mijner ziel. Op dien tijd maakte . j
, de gedachte zich van mij meester, dat hoe grooter offer l
ij ” ik bracht, hoe meer het God zou verheerlijken en eeren. Q
In weerwil echter van de poging om de dingen, die ach-
v ter mü lagen, te vergeten, begonnen de lang begraven
,2 herinneringen te herleven, als om den spot te drüven
met het kleed der stoioijnen, waarmede ik mri trachtte te T,
il g bedekken en niettegenstaande de slagboomen, die de ge- jl
' beurtenissen rondom mü hadden opgericht. De zenuwach- al
» tige snikken en diepe zuchten, die deze herinneringen te _ ~ i
t voorschün riepen, verklaarden mü, dat ik nog altijd bekleed
was met de wapenrusting der menschelijke zwakheid, der
Y menschelijke liefde en der menschelijke verlangens; de
· , aardsche genegenheden sluimerden slechts, om bij de minste · ,
‘ aanraking in nieuw leven te ontwaken. j
‘, , Het was op Driekoningen, dat zuster Mary Joseph mij i
li in de gang tegemoet kwam en mij op scherpen toon beval, l
* in de spreekkamer te gaan en daar nietlanger dan tien j
minuten te blijven. Meenende, dat de eene of andere dame i
jr
J‘°·"··· ···~*^·r·~­·~···­ ­~~·-­·­-~·~·~-·~­¥«-- ~·-­~­ ~ ­·