HomeKloosterleven ontmaskerdPagina 26

JPEG (Deze pagina), 1.00 MB

TIFF (Deze pagina), 5.80 MB

PDF (Volledig document), 109.03 MB

ri. . W ,_,. M. . .. rK_A ­­_~­-•·­­r­­-­­­­·­­­». r»
j I . ¥ I
i 9 17 , äï
g . .
. Ook mag geene zuster zonder verlof een boek uit de bi-
, i , bliotheek of iets uit kleederkast, eetzaal of van eenige ,
A andere plaats nemen zonder te handelen in volstrekte II
- I tegenspraak met de gelofte van armoede. Indien eene
j _ vriendin aan eene zuster eenige versnapering of eenig tee- - ‘
r ken van vriendschap zendt, ontneemt de superieure haar dit
en geeft het aan een ander; want het is evengoed voor
een ander als voor haar, en ieder lid van de Zusterschap
i _ _ heeft er evenveel recht op. In het kort, gelijk het door de
" zoogenaamde Vaders van de Roomsch­Katholieke kerk ge- I
leerd wordt, eene zuster, die iets aanneemt of voor zich- _
zelve houdt, is schuldig aan diefstal en heiligschennis.
De beide geloften, bekend als die- van kuischheid en ge-
1 hoorzaamhed, zullen zonder twüfel de menschen verbazen,
v voor wie de leer der Jezuieten en hun oordeel omtrent ge·
wetenszaken onbekende studiepunten zijn. Eene zuster ver- _
"ibreekt de gelofte van kuischheid, wanneer zij een maw in ;
, het gelaat ziet; zij mag hare oogen niet opslaan, wanneer
zü spreekt tot iemand van het andere geslacht; zij mag _
de hand of het kleed van hare eigene zuster niet aanraken, j
of zich door iemand laten aanraken. Indien het haar wordt j
, , toegestaan haar vader of broeder te zien, mag zij hem de
I hand niet reiken; zij moet aan alle nieuwsgierigheid weer-
, stand bieden, nooit om zich heen zien, noch door een ven- I
’ ster, noch naar de deur, wanneer die geopend wordt, om .
G te zien wi.e er binnenkomt. Zij moet in het klooster en op
r straat met nedergeslagen oogen gaan, en nooit een teeken ‘ j
` van herkenning geven aan een bekende. I
. Als een leerling langer dan noodig is bij eene zuster blijft
I verwijlen, wordt de zuster bij de superieure aangeklaagd
, als te gemeenzaam met de kinderen. Müne natuurlijke vroo-
""` · 1- lijkheid van karakter maakte mij eene bijzondere gunste- j
, I linge van de scholieren en van kinderen in het algemeen, ,
I p en müne leerlingen betoonden mg dikwijls hunne toegene­
> genheid door mijne hand te drukken, of den arm om rnün i
- middel te slaan, aan mijne voeten te zitten, mijn kleed te
· kussen, enz. en dan werd ik aangeklaagd als schuldig aan .
I groote ongepastheid, niet alleen omdat ik zulke dingen toe- ‘ ·
‘ liet, maar ook omdat ik toegenegenheid betoonde aan eenig . · j
1 · klein meisje, wier liefelrike glimlach mijn treurig en verlaten _
hart, dat scheen te verkwijnen uit gemis aan liefde en Q
KLOOSTERLEVEN. 2 `.
J ,
l
K .«: