HomeKloosterleven ontmaskerdPagina 21

JPEG (Deze pagina), 0.97 MB

TIFF (Deze pagina), 5.84 MB

PDF (Volledig document), 109.03 MB

Li 12 .
· vel barstte en bloedde bij iedere beweging, hetgeen mij de
,_ grootste folteringen veroorzaakte; en toch was ik verplicht ­
in de Decemberkoude te wasschen en kleederen op te han-
5 gen, waardoor het vel van müne bloedende handen dikwüls _
Y aan de bevroren kleedingstukken bleef hangen. .
_? Eens werd ik aangewezen, om in de eetkamer van de
l jonge dames de tafel te dienen en daar, tegen de regels,
V welke volkomen stilzwijgen voorschrijven, sprak ik eenige
oogenblikken met eene jonge dame uit de stad Providence, __ `
die mij herkende, en met velen mijner vriendinnen bekend
pz, was. Zuster Cleophas, die over die zaal gesteld was, hoorde ·
f dit, en het gevolg daarvan was, dat ik onderworpen werd
aan eene openbare vernedering; ik was verplicht mij op den
grond te werpen voor den drempel van de kapel, opdat de
A andere zusters over nlü naar binnen zonden loopen als
over eene eloewnctl.
` Dit zijn maar enkele voorbeelden van de buitengewoon
·; · onvriendelüke behandeling, die ik ondervond tijdens de drie
{ maanden .van mijn nieuwelingschap in het klooster. Had
ik aan de verzoeking toegegeven, die mij. gedurende deze
g drie maanden dikwijls inblies, om naar huis terug te vluch-
1 ten en dit vreeselijk leven te verlaten, dan zou ik_voor
J zeer veel leed gespaard­ zijn gebleven; maar ik meende,
_ dat ik mijne ziel in gevaar zou brengen, indien ik mg te-
f· rugtrok van een leven, waartoe ik geloofde, dat de hemel
i mii geroepen had. Aan iederen nieuwen eisch onderwierp '
ik mü bereidwillig en dikwüls met blümoedigheid. Ik was `
R zoo geheel met den geest van zelfovergave vervuld, dat
mijne voeten zich vlug voortbewogen langs het doornige
i pad, dat ik was begonnen te bewandelen; en geene boete-
i doening of vernedering scheen mij te hard toe, geene krui­ ‘ V
{ siging van het vleesch te zwaar om te verdragen tot ver- r " .
i- zoening voor müne zonden. Door den valschen en blinden
üver, die mij toen bezielde, had ik geleerd alles wat mijn
l afschuw opwekte, te boven te komen en in plaats van voor
r j deze dingen, die mij van nature tegenstonden, terug te
X · schrikken, begon ik ze te zoeken.
Zij, die over mij gesteld waren, verklaarden zich spoedig
overtuigd, dat müne roeping voor het kloosterleven van
l God was en de Moeder stelde mh aan de proefzusters voor
als een voorbeeld van eenvoud, nederigheid en volgzaam­
I
g 1
. _ · j
* ·,__r_g_g_ t .,..,,. , e o_n.,n,w-r-.-....-...g...,..r..-...-n-.n-.M. ....4.- ee'; -