HomeKloosterleven ontmaskerdPagina 19

JPEG (Deze pagina), 1.00 MB

TIFF (Deze pagina), 5.78 MB

PDF (Volledig document), 109.03 MB

10
j Natuurlük wordt dus de nieuwelinge, waarvan men weet,
dat zij zorgvuldig en teeder opgevoed is, onveranderlijk ge-
kozen, om den geringsten arbeid te verrichten. Vandaar
dat ook het lastigste en onaangenaamste werk in het kloos-
; rer aan mij werd opgedragen. Terstond deden zich de zus·
Q ters in hare ware gedaante aan mij voor en werden harde,
onvriendelijke en tirannieke taakgeefsters. Ik was nooit
, gewend aan onvriendelijkheid, en daarom wondde het minste
onvriendelijke vvoord mü diep. Ik bevond, dat het_onmo­
gelijk was de zusters te voldoen, hoe ik ook mijn best deed.
In de slaapzalen was ik soms uren bezig, om bedden op "
; te maken en allerlei werk te doen, en de zuster, die er
_ het opzicht over had, beval mij soms zonder eenige reden
è mijn werk over te doen, terwül zij er bij bleef staan en ·
·_ mij met evenveel gestrengheid in toon en manieren be-
. , handelde, als een slavenhouder zijne slaven. _ _
`V Eens werd mij bevolen met een boender en zand den
ä vloer van de groote studeerkamer op mijne knieën te sohrob-
{ ben. Dit werk was mij geheel nieuw, en daarom viel het I
jg ~ ing zeer moeielijk. Ik volbracht mün taak zoo goed mo- . ,
ë gelijk, hoewel met groote moeite. Toen mijn werk bijna
l af was, verscheen de meesteres der proefzusters en be- ,
strafde mij op ruwe wijze voor mijn langzaam en slecht
werk, mij den boender met zulk een geweld uit de hand
P rukkend, dat het vel mij van binnen uit de hand werd
ç gescheurd; terwijl zij te gelijker tijd een emmer water
, over de zaal uitgoot en mij beval den vloer weer over ·
L te schrobben in minder tijd dan het zou kunnen gedaan
{ worden door eene vrouw, die haar geheele leven aan zulk
· werk gewoon was; terwijl nog bovendien de pijn aan mijne
I hand, die bezeerd en bloedend Was, het mij bijna onmoge­
g lijk maakte, de opgelegde taak te verrichten. . · ·
Bij eene andere gelegenheid was ik verplicht, om al de ‘
’ potten en ketels te wasschen en de messen en vorken van .‘
, de inrichting te schuren. Mijne handen, van nature zacht j
_ en vvit, begonnen er leelük en vuil uit te zien. In mijne
eenvoudigheid zeide ik eens tot zuster Margaretha, de huis- i
houdster, eene ruwe, onopgevoede Iersche vrouw: ,,Waar­ 2
. lijk, zuster, ik schaam mn nu over mijne handen." Zij ,
.. antwoordde scherp: ,,Zoo, dan zal ik wel maken, dat gij er ;
” u nog meer over schaamt." Daarop riep zij mij in eene g
' I
l
. · 3
· I
. è
L ,,....nn,.. I , , _, . , _ ,,_ _ . _ p rr,. W