HomeKloosterleven ontmaskerdPagina 13

JPEG (Deze pagina), 0.97 MB

TIFF (Deze pagina), 5.77 MB

PDF (Volledig document), 109.03 MB

. 4 _,
toestand voor God; ik was zeer bekoord door het nieuwe
van mijne ervaringen en besloot voortaan mijn leven te
offeren op het altaar der geheele toewijding, en iederen
menschelijken band, die mij aan de wereld bond, af te breken.
` Van nature met een lief hebbend hart en hartelijke toegene­ `
genheden begiftigd, was het mijne grootste smart mün tehuis
en mijne ouders te moeten verlaten. De liefde, die ik mijne .
moeder toedroeg, grensde bijna aan afgoderij, en de gedachte
aan eene scheiding van haar was op zichzelve eene bron
van bittere droefheid. Al het andere kon ik opgeven, maar "·
mijne moeder! nooit! Het zou mijn hart breken, om mijne X
lieve, lieve moeder te moeten verlaten. j
De gedachte, om voor altijd van mijne lieve moeder ge-
scheiden te worden, vervulde mijne ziel somtüds met twij-
felingen en murmureering tegen God. Waarom kon ik j
God niet liefhebben en de volmaking bereiken, zonder den
heiligste van alle aardsche banden te verbreken. Waarom
had God mij zulk eene liefhebbende natuur gegeven, indien
het mij niet vergund was, naar de neigingen van die na· . ·
tuur te handelen? Waarom moest ik ieder voorwerp, dat
ik lief had of bewonderde, en dat Gods hand geschapen had, . {
opgeven? ' s
Ik was dikwijls ten prooi aan de srnartelijkste overden· l
kingen, en gevoelde het mijn plicht, die aan mun biecht- l
vader mede te deelen. Htj zeide mij, dat deze gedachten S
verzoekingen van den duivel waren, die gaarne müne vol- ,
komene toewüding aan God wilde verhinderen, en mri in ‘·
mijn zwakste punt aantastte -, mijne vurige kinderliefde.
Hij berispte mij wegens mijne zwakheid van te luisteren naar
de inblazingen van den booze, en zeide mh, dat ik moest
kiezen tusschen God en mijne moeder. Ik kon geen twee ‘
heeren dienen; en indien ik mijne moeder verkoos boven = _; ck,
‘ God, zou ik mijne onsterfelijke ziel verliezen, en verdoemd
worden, naar het woord: ,,Wie vader of moeder liefheeft
boven mh is müns niet waardig? Ik meende evenwel, dat
God het offer van mij verlangde en ik bracht het. ,,Hoe E
grooter offer, hoe grooter verdienste? Dit verkeerde be- ` 1
grip van de zaligheid maakte zich zoo volkomen van mij
meester, dat ik vast besloot iedere natuurlijke liefde van . 3
mijn hart uit te roeien, iederen aardschen band te verbre_­
ken en een eeuwig vaarwel toe te roepen aan müne geliefde ·
‘ n