HomeKloosterleven ontmaskerdPagina 12

JPEG (Deze pagina), 1.00 MB

TIFF (Deze pagina), 5.71 MB

PDF (Volledig document), 109.03 MB

A . ; l
¢ _
* e · i ,
Ik was toen negentien jaar oud ­- een leeftüd, waarin ä ,
, het hart zeer vatbaar is voor wat men noemt romantische l"¢
of sentimenteele indrukken. Daar ik geestdrift bezat, werd Q:
i ik spoedig met-den wensch bezield, om eenig groot offer l {
aan God te brengen; daarom luisterde ik gretig naar den V I
· raad van mün biechtvader. Voortaan begon ik een nieuw ï
V leven te leiden; het grootste deel van den dag bracht ik i
, ” in de kerk door. Ik vond groote vreugde in boetedoenin­
»t y gen, die ik müzelve oplegde, zoo als vrüwillig iederen dag Y
{ bü een der maaltijden te vasten en mij van alles te ont- ' ,‘
· l houden, wat rnüne natuurlüke zinnen kon streelen. Ik bleef .
uren lang in het gebed; in de biecht sprak ik over de i
_ ‘ visioenen en de geestverrukking, die ik in het gebed on-
_ { dervond en over müne groote neiging tot zelfverlooche­
Q ning. Mün biechtvader steunde mg in müne zelfmisleiding, ,l
_' mij mededeelende, dat God mijne ziel had begiftigd met T
` Züne hoogste gaven en dat Hij mij van alle eeuwigheid Y j
’ verkoren had, om eene voorname heilige te worden, ,,want ;·
l _ alle visioen, zinsverrukking en zelfvernietiging kwam j <r
‘ van God en wees groote heiligheid aan." Terzelfder tüd
Q raadde hij mij aan, niet lang te wachten met mij in ‘· _?
E - het klooster te begeven, omdat God, wanneer ik lang in fjggg
l de wereld bleef vertoeven, deze hemelsche gaven van mij
{ zou terugnemen.
4 l Als een natuurlijk gevolg van deze valsche leer, werd
ik spoedig zeer opgeblazen in mijne eigengerechtigheid en
jg beschouwde müzelve als ver. verheven boven anderen. gi?
· En toch werd ik nederig genoemd. Omdat de nederigheid
' eene deugd was, trachtte ik die aan te kweeken door
l zekere vernederende daden te volbrengen, zooals b.v. het S J
wasschen van de voeten van een vuilen bedelaar of het s 3
` `· ' verrichten van den geringsten arbeid van eene dienstmaagd. E ,§
Wanneer ik op dit alles terug zie en het beschouw in ,
_ i het licht, dat Gods genade mg later geschonken heeft, dan
. schrüf ik al mijn geestelüken troost en de zinsverrukking, ,
li die ik ondervond, aan tevredenheid met mijzelve en aan
‘f geestelijken hoogmoed toe. lk meende, dat ik God liefhad,
” . maar ik handelde slechts uit eigenliefde. Ik meende, dat Wij
< ik een voorbeeld van nederigheid was, maar mijne nede­
righeid verlangde gedurig naar lof en goedkeuring van an- lil
, deren. Ik was mg echter niet bewust van mijn waren
l
l .
, 4
Wi
r ’ l
s. ,... . ; r ` . l s . s i sil,