HomeKloosterleven ontmaskerdPagina 102

JPEG (Deze pagina), 0.96 MB

TIFF (Deze pagina), 5.81 MB

PDF (Volledig document), 109.03 MB

‘ 93 _
in die stad hadmijne bekeering plaats. Niet in eene kerk, jj
niet door menschelijke welsprekendheid, maar inmijne ka~ jj
mer, in het middernachtelijk uur, en door de machtige jj
` welsprekendheid van God alleen werden de vüanden mijner
ziel op de vlucht gejaagd, en de macht der duisternis ver-
broken. De Koning beklom Zijn troon in mün hart, en ver- gj
vulde het met vreugde en blijdschap. De Bevrrider kwam
als müne verdediging, mijn schild, müne kracht en mijne
zaligheid in deze wereld en in de andere ! God heeft ,,mijne
" ziel van den dood gered, müne oogen van tranen, mijn jj
voet van aanstoot." il
Maar hoe kan ik de vreeselijke smart beschrijven, de El
worsteling met den dood, die het schitterende licht Gods
voorafging, het licht dat eindelijk de diepe duisternis mijner Q
ziel verdreef. _ `
De dag des Heeren zou op 29 Augustus voor mh aan-
breken en mijn ontwaken was zeer helder en plotseling. ‘
Den ganschen dag was mün geest ongewoon ternederge­ ,
drukt geweest; ik kon niet slapen; het smartelijk gevoel
van verlatenheid duurde tot in den nacht voort, en nood-
zaakte mij op te staan en over mijne kamer heen en weder
vz te loopen. Mijn ziel morde en stond op tegen God, ja, ik jj
vervloekte God. Plotseling scheen ik geheel overweldigd
door de majesteit, almacht en grootheid van God. In het {-1
gevoel van mijne eigene nietswaardigheid zonk ik op de g
· knieen en smeekte: ,,O Vader in den hemel, vergeef mrj
mün opstand en mijne harde gedachten over ul Laat Uw .
gezegend licht over schijnen! Bevrijd mh van de duis­
ternis. Hoor mij, o God, om Jezus’ wil!" Gelijk een stroom `
j vloeiden mij deze woordenvan de lippen, en op hetzelfde
· o oogenblik scheen een verblindend licht de kamer te ver- j
vullen, en eene stem weerklonk in mijne ziel, die duidelijk
deze woorden sprak: ,,Dochter der smart, sta op en schijn. Q
. Uwe zonden zijn u vergeven. Ga heen en onderwüs de {
`• wereld, de les, die gü geleerd hebt!"
Ik beefde van ontroering ­- de duisternis ging voorbü j
en het heerlijk licht van God brak met verblindende hel- _
derheid tot mijn vermoeiden geest door. Duizendjaren van *
duistere verlatenheid schenen er over te zijn heengegaan, I
en mc, nu welk een glans, welk eene vreugde, welk eene ;
hemelsche zaligheid! De schellen waren mij van de oogen
S
l
t gg