HomeDe grenzen der heelkundePagina 29

JPEG (Deze pagina), 1.02 MB

TIFF (Deze pagina), 8.66 MB

PDF (Volledig document), 37.29 MB

-­·- ·«·­ ma
l
i 27 Q
Tot voor een tiental jaren werd te geringe bloedsaanvoer als
J" eenige oorzaak der beenversterving aangemerkt, moge de j
1 oorzaak van dien beperkten aanvoer afhankelijk zijn gesteld
; van thrombusvorming in de bloedvaten of wel van loslating
j van het beenvlies, ’t zij dat dit bij een verwonding werd
afgescheurd, ’t zij dat dit door etter werd losgewoeld.
Dan weder zou de voeding der beenzelfstandigheid te kort l
schieten, omdat de kleinste toevoerende vaten door boven-
matige beenafzetting of door ontstekingsproducten werden
g dichtgedrukt. · J
Welnu, sinds wondontsteking kon worden vermeden bleek
j h het, dat het been zonder nadeel over een groote uitgebreid- g
heid van het beenvlies kan worden ontbloot, dat zonder tot W
beenversterving aanleiding te geven, geheele mergholten
l kunnen worden ontledigd, dat beenstukken die nog slechts
ë met een vliesje samenhangen, op nieuw vastgroeien - ja, _
l dat geheel losliggende beenstukken kunnen ingroeien en dan
E van lieverlede verdwijnen, zonder in denlouden zin des j
woords dood been te worden. Zoodoende werd het duidelijk
,j dat gebrekkige voeding niet als de oorzaak voor het ontstaan _ j
j van dood been, nog minder voor het opvolgend afstooten, {
{ kon worden aangemerkt. De klinische heelkunde leerde aldus l
i het eerst, dat wat voorheen beenversterving heette, eerst h l
T onderpden invloed der bacteriën ontstaat, dat eerst dan wan- .
, neer het been met bacteriën doortrokken is, de omgevende (
weefsels onmachtig zijn geworden om het als door afkna­
1
r l
4
__.1 · .