HomeDe grenzen der heelkundePagina 25

JPEG (Deze pagina), 0.99 MB

TIFF (Deze pagina), 8.68 MB

PDF (Volledig document), 37.29 MB

G
E
T
j 23
~
hun verder leven te zeer in het oogvallend om de verant-
woordelijkheid niet zwaar op den heelkundige te doen ‘
_ _ ` drukken. Zoodoende is de behandeling der beenbreuken 1
1 van oudsher met bizondere zorg beoefend en werden sinds
j de vroegste tijden de meest ingewikkelde verbanden daar-
i voor aangegeven. Terwijl men uren lang met het aanleggen
dier verbanden bezig was, werd de vraag op welke wijze
die beenbreuk weêr vastgroeide, misschien wel eens geop­
perd, maar GALENUS gaf een duidelijk antwoord: de bindende
lijm, die zich tusschen de breukstukken had uitgestort, .
droogde van « lieverlede op. Met dat antwoord was men
gedurende eeuwen tevreden. Slechts aan een heel/must kon
worden gedacht. T
iï Eerst nadat de machtige autoriteit van GALENUS op l 1
Q T het gebied der anatomie voor goed was omver geworpen,
A werd ook hier verdere twijfel geoorloofd. Tegen het einde
Q der zeventiende eeuw werd GALENUs’ verklaringswijze als te
eenvoudig door den chirurg A. VAN DEF. HEIDE uit Middelburg ,
j op grond van dierproeven aangevallen. Geen structuurlooze
( lijm, maar een behoorlijke beenmassa die zich van uit het
K ‘ uitgestorte bloed vormde, zou de beenstukken hereenigen. l'
‘ Eenmaal gesteld bleef dit vraagstuk tot op den huidigen
I, dag aan de orde. Of de nieuwvorming van been in
het bloedstolsel ontstond, of van de beeneinden uitging,
E dan wel of het beenvlies of al de omgevende zachte deelen T,
daarbij de eenige of de voornaamste rol speelden, welke
. l
er l

I M