HomeDe grenzen der heelkundePagina 20

JPEG (Deze pagina), 1.01 MB

TIFF (Deze pagina), 8.67 MB

PDF (Volledig document), 37.29 MB

1 18 .
, geneeskunde de heelkunde en de geneeskunde aan elkander
te zullen verbinden. ‘ j. _.,
j Hierin vond STROMEIJER in het jaar 1844 aanleiding in de
voorrede van zijn handboek over theoretische heelkunde te
voorspellen, »dat de theoretische heelkunde slechts een
noodhulp zou blijken - van nut, totdat de ware hervor-
i ming in eene innige samensmelting van genees- en heelkunde ·
en in eene gemeenschappelijke hziekteleer zou zijn aangebro-
ken. Hij vermoedde het tijdstip nabij, waarop men niet j
meer tusschen heel- en geneeskundigen zou onderscheiden, j
_ maar de ware geneeskundige elke soort hulp aan zijne lijders A ‘
zou kunnen verschaffen? i r
Nu moge deze voorspelling in de praktijk niet zijn be- ..
waarheid, omdat de noodzakelijkheid der arbeidsverdeeling, ,_
zelfs niettegenstaande artsenwet min of meer speciaal-heel-
kundigen bleef handhaven, op het gebied der meer zuivere J.
wetenschap is bovengenoemde ineensmelting van lieverlede wel j
tot stand gekomen, of liever gezegd zijn beiden, theoretische li .
heelkunde en theoretische geneeskunde, gelijkelijk in de lj
j i algemeene pathologie en de pathologische anatomie opgenomen.
=Pas in 1819, voor het eerst in Weenen afzonderlijk
` onderwezen, namen deze wetenschappen zóó snel in zelfstan- V ii
` digheid toe, bleek haar gewicht voor het onderwijs zóó .
overwegend, dat thans, nauwelijks een halve eeuw later, een
hoogeschool zonder specialen patholoog­anatoom ondenkbaar
4 is. Bij haar is het zwaartepunt van het theoretisch onderwijs.