HomeDe grenzen der heelkundePagina 18

JPEG (Deze pagina), 0.99 MB

TIFF (Deze pagina), 8.63 MB

PDF (Volledig document), 37.29 MB

» ‘?
i 16 C u ­
l
` Dezen goeden weg zien wij bewandeld door noLF1N1<, die l l
reeds in 1650 alle blinde oogen, die hij van menschen of
_ dieren bemachtigen kon, aan een nauwkeurig onderzoek ·
onderwierp, niet minder door AMBROISE PARE, toen hij reeds E ~
, een eeuw vroeger durfde verklaren, dat nog meer zaken
gezocht moesten worden dan reeds gevonden waren en die U
zijne toevallige ontdekking, dat geschoten wonden niet ver-
` giftig waren, omdat zij genazen ook zonder met olie te zijn Q ·
uitgebrand, deed opvolgen door een reeks proefnemingen
over de uitwerking van het vuurwapen. Maar deze was zijn. ­
tijd ver vooruit, eerst in de 18de eeuw werd het reuzenwerk
om de heelkunde als ervaringstvetensehap te grondvesten,
voor goed begonnen en langzamerhand al hooger en hooger
opgetrokken.
Dat intusschen de beoefenaars der geneeskunde denzelfden li ‘·
weg insloegen, kwam daaraan zeker zeer ten goede. .
Toen namelijk tegen het midden der vorige eeuw bij het
meer algemeen worden der lijkopeningen, de verzamelingen
van »curiosa" van ziekelijk vervormde inwendige organen h
zich konden uitbreiden, werden die verzamelingen al spoedig , ll
uitvoerig beschreven en aan een zelfstandig onderzoek onder-
worpen. Zoo werd in 1761 door den anatoom Moneneivi het
W gewicht dier curiosa als organen , door ziekte veranderd ,* voor ` _
de ontwikkeling onzer ziektekennis op eene beslissende wijze _
aangetoond en daarmede de pathologische anatomie gegrondvest.
‘ Met de ontwikkeling dezer wetenschap waren ook `in 1
4