HomeDe grenzen der heelkundePagina 14

JPEG (Deze pagina), 1.01 MB

TIFF (Deze pagina), 8.67 MB

PDF (Volledig document), 37.29 MB

" l
12 l ‘
, in de ’l6e eeuw achtereenvolgens over geheel Europa werden !
opgericht, de geschriften van H11>1>oc1xAT12s, eAL1aNos, niet _` i v
minder die van AVJCGENNA als eenige bron van kennis beoefend. i
Twistgesprekken, waarbij het handig aaneenschakelen van
citaten de grootste roem uitmaakten, vormden de practische l.
oefeningen. Het leveren van commentaren was deihoogste
wetenschap. Heelkunde en geneeskunde gingen daarbij hand _
` aan hand, terwijl de heelkundige praktijk aan barbier, bad-
p meester en rondreizenden breuk- of steensnijder was over-
H gelaten. H
De studie der anatomie was al van hetzelfde gehalte, geen x
zelfstandig onderzoek, maar een blind navolgen der klassieken. ,
l Bij het houden eener anatomische demonstratie zat de hoog-
p leeraar op den katheder en las eALENUs voor, voerde de
barbier het mes en werd door de aanwijzingen van den
l demonstrator de voorlezing van den hoogleeraar verduidelijkt-
j Met vEsAL1Us, die aantoonde, dat de anatomie van cALENUs t
slechts op dieren toepasselijk was, werd het ijs gebroken.
Sinds dien kwam naast de dogmatische geneeskunde de "
l anatomie als beschrijvende wetenschap tot ontwikkeling. In
p de 16e en ’17e eeuw wist zij zich als zoodanig aan de meeste {
l Universiteiten een eigen leerstoel te veroveren. E
Aan den hoogleeraar in de anatomie zien wij dan veelal
n _ het onderwijs in de heelkunde toevertrouwd. Hoe dogmatisch
de heelkunde ook beoefend werd, haar verband met de
_ anatomie lag te zeer voor de hand. l
ä
5 . z
E l