HomeIets over de ministerieele verantwoordelijkheid in NederlandPagina 9

JPEG (Deze pagina), 945.77 KB

TIFF (Deze pagina), 7.06 MB

PDF (Volledig document), 11.30 MB

` '9’
7 · .
5 _ ­­ waaronder zeer kundige enhervaren, die het Vaderland 4
* tot eer strekken en beter gewaardeerd verdienen te
` worden, door toe te laten, dat zijn ambtgenoot van
Koloniën een hoogst strategische marine­kwestie tot op- j
lossing opdraagt aan een staatscommissie, onder presidium ,
van een oud­minister van Koloniën, die niets dan schade
‘ aan onze Koloniën berokkende, schatrijk mocht worden l
door zijn zeldzame energie en bekwaamheid in het vak i
der suikercultuur op Java en dus van militaire marine-
zaken niet bijzonder veel kan weten. Als verdienstelijk
hoofd­officier nog behoorende tot het actieve corps hoofd-
officieren, had men mogen verwachten dat de kapitein l
ter zee DIJSERINGK als Minister gezorgd zou hebben, dat
S die commissie (hoe onnoodig zij ook zijn moge) door een e .
vlag-officier werde gepresideerd. j l
v Zulks eischte de waardigheid van de Koninklijke Marine, die
hij - vooral in de eerste plaats, geroepen is te handhaven. l
`Waarom, zoo vragen wij, verbitteringt opgewekt, waar
sympathie voor ’s Lands dienst zoo hoog noodig is?
Sommigen beweren, dat de heer D1JsEa1No1<, door aldus
te handelen of toe te laten dat zijn Collega van Koloniën l
handelde, dit slechts gedaan heeft om zich in de Eerste i
xt Kamer den voortdurenden steun van den heer F. VAN DE l
PUTTE te verzekeren. Indien dit waarheid ware, zouden l
wij moeten hopen, ja, voor _de Marine en voor Nederland
vurig moeten wenschen, dat de heer Dmsnaiucx zeer
spoedig in ’t genot van pensioen kwam en als Minister {
de plaats ruimde voor iemand, die meer gevoel van T
JF eigenwaarde , dan liefde voor eene portefeuille bezit. Hoewel
wij niet de hooge eer hebben bij den tegenwoordigen Minister
van Marine persoonlijk bekend en dus nog minder be-
l vriend te zijn, achten wij' hem niet den man te zijn , om dat e