HomeWat zou toch het doleeren beteekenenPagina 34

JPEG (Deze pagina), 1.08 MB

TIFF (Deze pagina), 7.72 MB

PDF (Volledig document), 32.59 MB

g T ik
ir ‘ if?
tt i 32 . s _ ‘
worden aan de openbaring van Christelijke gemeenten, waarin
l men overeenkomstig ,,de woorden Gods" ,_waarvan uw kerkelüke
‘ partij dikwijls melding maakt, zou handelen. Matth. XXVIII : 19. A
De wil van den predikant, ofschoon twee vvetenschappelüke titels 5:
voor zün naam voerende en die weldra, naar men zegt, in Arn­
hems nabijheid zal komen arbeiden , beproefde van den aanvang
- denkelijk volgens uw onderscheiding, gedreven door zün «
QV; zondigen wil - den vrager ,,met een kluitje in het riet"weg j
A, te sturen. Na herhaald schrüven , waarop in het laatst zelfs geen A
it antwoord meer kwam, dreigde de pvrager met openbaarmaking
L van correspondentie. Toen verscheen een brief, inhoudende een p
l relaas van ,,dwalingen" die uit het argeloos schrijven zouden
ij T ontleend zijn, en den vrager in staat van beschuldiging stelden. ,
Deze was echter volkomen overtuigd nooit aan de beweerde
T. dwalingen gedacht te hebben om die aan te nemen, en had zelfs T
L Noorr tegen iemand zich in zoodanigen geest uitgelaten. - Als
het anders is, men spreke! Q ·.,r .
; De dominee, onder billijke verontwaardiging van den vrager ,
if i die gelukkig copie had gehouden van zijn schrüven, tot ver· ‘.‘i`j j
antwoording geroepen , beloofde zelf te zullen komen spreken.
H. Hij kwam echter na maanden wachtens niet; liet ook verder U ·»·iix _
r _ niets van zich hooren. EL
Te oordeelen naar deze ervaring, heeft voor ons althans,bij ·
T vergelijking de Herv. Kerk het in rechtvaardigheid gewonnen _ ‘`,_
i van de doleerende, en blükt deze bij zulk een openbaring in üver .·_.`
en toewijding vèr achter te staan, bij hetgeen men van het
Roomsch Kath. Kerkgenootschap kan waarnemen.
F . Mogen al de kerkgenootschappen spoedig blijk geven van een
fQj , ware, oprechte, levende gemeenschap met het Hoofd der Ge-
i meente en hare leden door woord en daad meer en meer bewij­
i' zen, bewust te zijn, dat men niet zal kunnen volstaan in het ti
ll . eeuwige gericht met te roepen: ,,Heere, Heere! hebben wij niet ' gepi
X in Uwen naam geprofeteerd, en in Uwen naam duivelen -uitge­
` worpen, en in Uwen naam vele krachten gedaan ?" Matth. VII : zg.
e `
j i.f.