HomeWat zou toch het doleeren beteekenenPagina 29

JPEG (Deze pagina), 1.10 MB

TIFF (Deze pagina), 7.83 MB

PDF (Volledig document), 32.59 MB

l
l
3
J
i 27
i .
l dan zij het ons nog vergund enkele eenvoudige opmerkingen te
S maken naar aanleiding van jes. XLIII : 18, 19. Er is door U
- ‘ verheffen en opblazen, en zichzelf te groot gezag, alsof zij wat bijzonders waren toe-
; schijnen zullen, om als meesters, en niet broederlijk de gemeente te regeeren”. `
") ,,Dat de ongebondenheid en onkunde van sommigen, voornamelijk ontstond, doordat
de heilige gewoonte van onderlinge bijeenkomsten, om elkander te vermanen, zoo
, geheel en al in verzuim was gekomen, en dat men het geheele werk van onderzoek
en betrachten, op de predikers alleen laat aankomen ," enz.
Met dit geschrift maakten wij eerst kennis, lang nadat het eigenonderzoek ons
i een gevestigde overtuiging over deze zaken had geschonken.
· In de bestrijding zegt PONTANUS, met een reeks van bewijzen gestaafd, dat in alle
ä eeuwen het noodzakelijke der openbaring van de gave der profetie in de Gemeente
erkend is en zegt daarna: ,,Nu hebben wij getoond, dat niet iemand onder de
gereformeerden, noch van eenige gezindheid, kan loochenen, dat sommigen in de
Gemeente, in tegenwoordigheid van leeraren het recht hebben tot stichting te mogen
spreken. Dit is zelfs door den Roomschen paus en zijn kardinalen aangenomen en
bevestigd. KLINKHAMER heeft geoordeeld naar hetgeen hij zag, en daar het vrij
laten werken der gave van profetie in onbruik is gekomen, zoo meende hij, dat
men tegen de zaak zelf was." Verder zegt PONTANUS; dat ,,de kerkelijke diensten
door de Apostelen ingesteld, in haar geheel moeten bewaard blijven cn zoomede de
gaven die in de gemeente rusten, tot stichting behooren gebruikt te worden. De
^ christelijke vrijheid moet echter daarbij in geen wettelooze ongebondenheid uitbarsten, ·
maar volgens den last van PAULUS, eerlijk en met orde blijven aangelegd. Langen
, tijd werd onder de Christenen het in gebruik stellen der gave van profetie - in de
beteekenis van een frissche en levendige verklaring der Schrift ­ voorgestaan, ook l
door de voornaamste oudvaders. Zelfs heeft de Roomsche kerk dat niet verworpen.
Ook is op vele plaatsen bij het begin der reformatie met grooten lof deze gave V
onderhouden. De allervermaardste leeraars van eerst af aan, hebben het gebruik dier y ,
gave aangeprezen en zich niet ontzien dit in het openbaar te verdedigen. De vrijheid
van spreken, voor elk, zonder onderscheid, staan wij niet voor, maar wel , dat
nevens het instellen van leeraren, de profetie ook niet behoort verhinderd te worden.
Hiervan vinden wij een klaar bewijs in het VI Boek XIX Cap. van de Kerk. Hist.
van EUSEBIUS.”
. ,,AMBRos1Us verdedigt deze zaak ook zeer ernstig bij de behandeling van 1 Cor. XIV.
J a, zelfs de Kardinaal BARONIUS bewijst in zijn Kerkelijke historiên, sprekende over
de Gemeente te Corinthe, tijdens het jaar 57, dat men het gebruik der profetiën `
altijd in de Kerk zooveel mogelijk heeft bewaard. Cnnrsosromus getuigt; ,,Nu be-
houden wij slechts van die gaven eenige gelijkenissen en teekenen, want ook nu
spreken wij twee of drie bij beurten, en de een zwijgende, begint de andere."
Bsnorïrus verhaalt voorts, hoe gedurende zijn leven te Rome soortgelijke samen-
komsten waren gehouden en PONTANUS merkt hierbij op: ,,dat het verwondering mag ,
wekken, dat`Rome toen meer christelijke vrijheid bleek te gedoogen, dan midden in
de vrijheid der reformatie; dewijl velen zulks als een onlijdelijke zaak beschouwden.
BARONIUS schrijft verder: ,,Het is geheel door een Goddelijke Voorzienigheid ge-
beurd, dat nu dertig jaren geleden, na de wijze der Apostolische Vergaderingen, door
den Apostel, als het meest tot stichting der toehoorders bekwaam gerekend, en die
i .
·
I ^
I