HomeWat zou toch het doleeren beteekenenPagina 28

JPEG (Deze pagina), 1.06 MB

TIFF (Deze pagina), 7.83 MB

PDF (Volledig document), 32.59 MB

l e,
iv? ‘
gt l
Tl .
è . ä
g 26
vervolgingen sedert eeuwen door haar aangericht, ontleend aan de V,
, mededeelingen der Kerkgeschiedschrijvers: G. BRANDT, Ypmj en .
Dnnmour, desnoods met correctie van beweerde partijdigheid, .
w . . · "
en al bleken die voor de helft overdreven, dan zou nog uitkomen
_ï overvloed van aanleiding om zich te bedroeven en leed te dragen. "J
Wij herinneren aantal die bijzonderheden geenszins om eenige
partij te grieven. Het kan doen uitkomen dat in kerkelijk gareel
zelfs uitstekende mannen evaar loo en door wettelike verbindte­ i
S P J j
nissen te worden veroverd en medegesleept, tot handelingen
waarover _men, vrij staande, zich zeker zou schamen. Er blijkt ‘
vooral uit, dat hetgeen de Heiland van kerkelüke dwaling en
`ï f .. .. .
heerschzucht voorspeld heeft, namelijk: ,,zg zullen u uit de syna-
goge werpen; ja de ure komt, dat een iegelijk, die uzal dooden,
x _ _
if zal meenen Gode een dienst te doen” in den loop der eeuwen
zich volkomen heeft bevestigd. joh. XVI : 2. *) _ '
Komen wij terug op de ,,klagende kerk" en uw brochure ,
` *) Omstreeks het jaar 1650 schreef zekere Lauanrrrrus Kmnxuannn een boekje over
ggz. de vrijheid in de gemeente der geloovigen. Tegen dat geschrift verklaarde zich een
Pg der geleerdste mannen van Nederland, namelijk J. PONTANUS. Voornamelijk trad '
deze in wederlegging van het gevoelen, dat elk geloovige bekwaam was als leeraar
op te treden. PONTANUS hekelde KLINKHAMEB. fijn en duchtig, maar moest hem in
, hoofdzaak volkomen gelijk geven en zelfs steunen. KLINKHAMER beweerde 0. a. dat:
i ,,Al die vergaderingen, die bij alle secten in ebrnik zijn, een onderlin e
3 E E
, bijeenkomsten waren om elkander op te scherpen tot liefde en goede werken,
j maar dat in de bestaande vergaderingen de geestelijke hoovaardij, eer en heerschzucht
domineerde; ingevoerd van menschen, die de meester wilden spelen en heerschappij
iïê voeren over het erfdeel des Heeren. Door dezulken die nog niet geleerd hebben,
dat die zich niet veranderen, en worden gelijk de kinderkens, in het Koninkrijk
der Hemelen geenszins zullen ingaan. Om hun aangematigde macht en meester- ·
` achtige heerschappij niet te schenden, liever hebben dat het Evangelie bedekt, de
l e waarheid verdonkerd en met dwalingen bemorst wordt, als dat iemand anders dan
-, zij, zoude optreden. Die als meesters ­­ en dat in geheel anderen geest als in de
g Apostelen sprak - domineerende, niet kunnen verdragen, dat iemand nevens hen
den weg der zaligheid aantoont, opdat hun ambt alzoo geheel en ongeschonden zal
blijven. Hetwelk, of heerlijker moet zijn als dat der Apdstelen, of noodzakelijk,
door hen met ongepaste eergierigheid en heerschzucht bediend wordt."
De schrijver tracht vervolgens aan te toonen, dat; ,,al degenen welke op dien voet
arbeiden en alleen in een gemeente het woord willen voeren, zonder aan anderen
vrijheid van spreken te laten: meesterachtig regeeren. Dat het te vreezen staat,
· dat, wanneer eenigen altijd het woord voeren, zonder dat zij mogen tegengesproken
worden, gelijk als meesters bij hun leerlingen, zij zich daardoor al te zeer
P
ïl I
l
.
in j
äl