HomeWat zou toch het doleeren beteekenenPagina 16

JPEG (Deze pagina), 968.61 KB

TIFF (Deze pagina), 7.70 MB

PDF (Volledig document), 32.59 MB

I4 .
, (7 tooid was, heeft te Leiden TEYLER’S godgeleerd genootschap een
‘ il l prüsvraag uitgeschreven, luidende:
j ,,Welke is de leer van jezus en de Apostelen, wegens de
l Christelijke Kerk op aarde ," enz. __
l ,,Wat vloeit hieruit voort, aangaande het uitwendig bestaan "
é dier kerk, derzelver betrekking tot den Staat, de inrichting van .
den openbaren eeredienst en den stand en de plichten dergenen, .
aan wie de leiding daarvan is toevertrouwd ," enz.
Men ziet, deze vraag is nog algemeener, en bedoelt niet uitsluitend
;j de Herv. Kerk, maar de kerkgenootschappen in het algemeen.
Na tien jaren verscheen bij Luchtmans te Leiden , een bekroond
antwoord van Prof. N. C. Krsr, bestaande in twee zeer lüvige
boekdeelen, ten titel dragend: De Christelijke Kerk op
aarde, volgens het Bübelsche onderwüs en de ge-
schiedenis.
Op bladz. 35 van het eerste deel leest men in dit getuigenis:
X ,,De slotsom van het onderzoek waarmede wü ons tot dus verre
bezig hielden , zal derhalve hierop neerkomen: de Christelijke Kerk
op aarde, beschouwd als een uitwendige afgezonderde maatschappij _ ,
der belijders van het Christendom onder de menschen, is door
jezus zelven niet gesticht, noch ook door Hem, met woorden L
of daden, aan anderen ter oprichting stellig geboden of aanbevo-
len; - alleen sprak en handelde I-Iü steeds in het vooruitzicht {
en in de zekere verwachting, dat, door de prediking zijner leer- _
= lingen , zün leer en dienst aanhangers vinden zouden onder de men- · j
schen." (joh. XV : 2o. Matth. XVI : 18. XXVIII : 19.)
A ° I Er werd dus door jezus geen last gegeven tot het oprichten
j v eener kerk op aarde. Zien wij nu, of hare inrichting zoo bewon-
derenswaardig en overeenkomstig de Schrift is, dat zü liefde voor ~ `
haar afdwingt. ·
Een voornaam kenmerk voor goddelüke planting is vooral de «
‘ vrüheid: ,,waar de geest des Heeren is, aldaar is vrijheid." fj'.
De zonen van IsAA1<, erfgenamen van het koninkrük Gods, kunnen
A geen vrijheid ontbeeren. Elke inrichting die zich aan de vrijheid " _
vergrüpt, oordeelt zich zelf.
C ä
Qi"
X .