HomeBegrip en dogma in de rechtswetenschapPagina 7

JPEG (Deze pagina), 1.08 MB

TIFF (Deze pagina), 8.37 MB

PDF (Volledig document), 33.76 MB

l

`
b
vermoeden, dat het Romeinsche Recht nog lang zal worden
beoefend, al is in beide opzichten zijn invloed verminderend, ï
al blijkt meer en meer dat WINDSCHEID’S uitspraak te sterk
is gekleurd. In geen geval rechtvaardigen zij echter, dat
het Romeinsche Recht, als propaedeutiscb vak, wordt ge-
. steld aan den ingang der studie. De vraag rijst, waaraan i
het dan de eereplaats dankt, die het tot dusver in de wet
[ en in de publieke opinie wist te handhaven, ondanks de i
I afwijkende meeningen van enkelen, wier gevoelen zwaar ­,
ik weegt, van mannen als W. MODDERMAN en KAPPEYNE.
. Naar mijne opvatting aan den vorm, de techniek van het _
i recht, aan de voortreffelijke methode der Romeinschejuris­ .
j ten. Fundamenteele waarheden, die bij alle rechtsbeoefening · .i
j, op den voorgrond moeten staan,kunnen uit het Romeinsche g
T Recht het best worden geleerd. WQ zien daar eenerzijds
de vastheid der rechtsbegrippen, de gemakkelijkheid en ze-
;_ kerheid in hunne aanwending, anderzijds de kracht om zich , i
vrü te maken van de geldende rechtsregels, zich daarboven
te verheffen. VVij leeren de Romeinschejurisconsulti kennen
i j als onvermoeide, onbevooroordeelde waarnemers van het
A menschelijk leven en werken, als meesters in het vinden j
van den regel, geschikt om nieuw ontstane behoeften te p
_ , bevredigen. pi
Van ouds placht hun als verdienste te worden toegere- l
kend, wat men virtuositeit in het rekenen met begrippen .j
i heeft genoemd.- Men bewonderde de gemakkelijkheid, waar- i
`iï mede zü van elk voorkomend geval de diagnose weten op
te maken, om het daarna onder de geldende regels en be-
grippen te brengen. Dit punt zoude geene nadere toelichting
j behoeven, indien niet eene eigenaardige beschouwing ­van
mijn Utrechtschen ambtgenoot NABER een oogenblik onze
i.
E j
l