HomeBegrip en dogma in de rechtswetenschapPagina 5

JPEG (Deze pagina), 1.00 MB

TIFF (Deze pagina), 8.37 MB

PDF (Volledig document), 33.76 MB

ga. ii
i MIJNE HEEREN CURATOREN, HOOGLEERAREN,
ij . i STUDENTEN EN GIJ ALLEN, DIE DOOR UWE TEGEN- ”
WOORDIGHEID TE DEZER PLAATSE TOONT BELANG
TE STELLEN IN DEZE PLEGHTIGHEID, ZEER GE- i
WAARDEERDE TOEHooRDERs, ‘
° Wie in onze dagen het ambt aanvaardt van hoogleeraar i E
in het Romeinsche Recht,-pleegt zgne opvatting uiteen te l .
‘ zetten omtrent het nut van dat studievak, het te verdedigen ’
J; tegen telkens opkomenden twijfel. In aller herinnering ligt ;
j, het nog, hoe GOUDSMIT in 1859_de vaan ontrolde, die hg _ _
[ jaren lang met eere omhoog hield, de vaan, waarom zich f
zoovele jongeren hebben geschaard. Toen, te vroeg voor de
Universiteit, eene treurige ziekte den Meester had ten grave 1
E , gesleept en D’ABLAING den opengevallen leerstoel innam,
` schetste ook hg de beteekenis van het Romeinsche Recht 1
voor de tegenwoordige rechtsstudie. Getrouw aan deze tra- _
X ditie, wensch ik evenwel op het vraagstuk in zgn geheel i j
slechts een vluchtigen blik te werpen, om dan bg één ge- ‘ er J
, zichtspunt nader te verwglen. Z
Wanneer straks in Duitschland het Rgks Burgerlijk Wet- E M ,
L, boek tot stand komt, zal het Romeinsche Recht ook daar
zgn wettelgk gezag verliezen. Wetenschappelijk belang zal l
het behouden. Vooreerst als een der hoofdbronnen van het
geldende recht, als deel der reohtsgeschiedenis. Door het ,
’ g, Romeinsche Recht, dat overal min of meer de historische
basis vormt, staan wg voorts op een gemeenschappelgken
z .
. E . E