HomeBegrip en dogma in de rechtswetenschapPagina 31

JPEG (Deze pagina), 1.00 MB

TIFF (Deze pagina), 8.39 MB

PDF (Volledig document), 33.76 MB

j 1
l
ë
l
. . 29 A
het gevoel van eerbied voor den schat van geleerdheid en
j ervaring, op bijna elk gebied van menschelüke wetenschap
· door U verzameld. De grondslag van hetgeen ik aan kennis
bezit, werd hier gelegd. Gij, mijne leermeesters - helaas, ‘
j dat ik ze niet allen meer terugvind - hebt in mij den
zin doen ontwaken voor ernstige studie. Thans geroepen
met U samen te werken, wensch ik müne erkentelijkheid
te toonen, door müne beste krachten te wijden aan den _
dienst der Alma Mater, aan de bevordering van den bloei
l der Leidsche Universiteit. Vertrouw ik daarbij te mogen .
rekenen op Uwen steun, tevens wensch ik mij aan te be-
velen in Uwe vriendschap.
i Aan de Groningsche Universiteit en hare professoren ·
breng ik een hartelijken afscheidsgroet. De hoofdstad van
het Noorden heeft den naam, dat zij niet alleen is eene
j schoone stad, maar dat zij ook mag bogen op degelijke
ontwikkeling, op een opgewekt leven, een gezelligen toon.
. ZQ verdient dien naam ten volle. Onder de hoogleeraren
heerscht eene uitstekende verstandhouding, in engeren en
_ in ruimeren kring. Veel heb ik aan den omgang met hen
te danken. De aangenaamste herinneringen bewaar ik aan
j de jaren, in hun midden doorgebracht. Mochten zg den
, vertrekkenden ambtgenoot in vriendelijk aandenken houden!
l E
MTJNE HEEREN STUDENTEN, IN HET D1JzoN­
DER Gm DIE U wrJDT AAN DE BEOEFENING VAN
RECHTS- EN STAATswETENscEAE!
Wet en gewoonte schrijven den hoogleeraar tweeërlei
j werkzaamheid voor. Hij moet trachten de wetenschap een
J V
{
2 ,
t