HomeBegrip en dogma in de rechtswetenschapPagina 17

JPEG (Deze pagina), 1.09 MB

TIFF (Deze pagina), 8.37 MB

PDF (Volledig document), 33.76 MB

· l
15
de minder ontwikkelde, de minvermogende wordt het slacht-
offer. Maar het dogma zegeviert: men is gebonden door de
ketens, die men zelf zich heeft aangelegd.
Oneindig grooter evenwel is het bezwaar, dat de hier
bestreden opvatting aan hervorming en ontwikkeling van
het recht in den weg stelt. De voorbeelden liggen voor het
grijpen, waar men volhardt bg rechtsregels, die eenmaal
deugdelijk waren, doch onder veranderde omstandigheden
niet meer beantwoorden aan wat de maatschappij als recht `
verlangt, maar ookzelfs waar men zich vastklemt aan wil-
lekeurig gevormde regels en begrippen, die nimmer een reëel I
bestaan hebben gehad.
Geliefd was langen tijd het dogma van de heiligheid, de .
onschendbaarheid van den eigendom. Onze Regeering van
T 1848 achtte het plicht der grondwetgevende macht, vooral ,
in het toenmalig tijdsgewricht, te doen blijken, dat zg een l
p onbeperkten eerbied koestert voor het eigendomsrecht. Nu ,
` · is nooit en nergens, in waarheid, die onbeperkte eigendom j
_ _ gehuldigd; de Romeinen zelfs, hoe zeer ook geneigd des l
eigenaars recht te respecteeren, kortwiekten hem in het
algemeen belang. Naarmate het sociale gezichtspunt op den i
voorgrond trad, werden de beperkingen ingrijpender. Toch j
blijft de theorie nog leeren, dat de eigendom ,,an sioh"
onbeperkt is. En het Ontwerp van een Burgerlijk Wetboek l
voor het Duitsche Rijk bepaalt ook weder, met terzij destelling · l
van het goede voorbeeld door het Pruisische Landrecht ge-
geven: ,,de eigenaar eener zaak heeft het recht, met uit- i
sluiting van anderen, naar wlllelceur met de zaak te han- ,
delen en over haar te beschikken, voor zoover niet beper- i
kingen van dit recht door de wet of door de rechten van ,
derden zijn gevestigd“ (§ 848). Meent niet, dat het hier l
è_ l
l
l
i J l
l A p pg . .