HomeBegrip en dogma in de rechtswetenschapPagina 14

JPEG (Deze pagina), 1.05 MB

TIFF (Deze pagina), 8.41 MB

PDF (Volledig document), 33.76 MB

Het valt niet te ontkennen, dat de samenvatting van ons
recht in enkele wetboeken, de codificatie, hoewel in menig
opzicht zegenrijk, eene hoogst ongewenschte stabiliteit van i
het recht heeft teweeg gebracht. Doch zg is niet de eenige,
zelfs niet de voornaamste oorzaak van den zooeven geschets-
ten onvoldoenden toestand onzer rechtsgeleerdheid. Staat mij
toe, haar te beschrijven met de woorden van GIERKE '). Het
, J is, zegt deze uitmuntende geleerde, de geest, die het onder- E
neemt, het leven te beheerschen met het wapentuig van ‘ j
j geloovig aangenomen rechtskundige dogma’s, welke men aan
j het Romeinsche Recht ontleent, of meent te ontleenen; die
zich vermeet, eene levende en omvattende rechtsorde te schep-
pen door logische redeneering uit abstracte begrippen; die
de zelf geknutselde ,,principes“ stelt boven de zaak, het j
p consequente ,,stelsel" boven het werkelijke leven, de juridi­
sche gedachtenwereld boven de wereld. der feiten. Het is ‘
de Begrifyurtsjoruolenz, door JHERING in zijne latere ge-
schriften zoo onbarmhartig gehekeld. Het is het doctrinarisme, j
‘ dat onverbiddelijk zweert bg zijne haarfijn uitgeplozen be- ip
grippen, en intusschen de sociale beteekenis der rechtsorde -
uit het oog verliest. 1
Doch, zoo meen ik reeds te hooren tegenwerpen, wien .
j Y bestrijdt gij? Vous prêchez des convertis. Dat het recht niet
j is onveranderlijk, dat het zich schikt naar tijd en plaats
en behoefte, dat is immers voor goed vastgesteld door de
historische school, dat leerden wij reeds bij onze eerste schre-
{ ‘ den op het gebied van het recht. De leer is zuiver, maar
aan hare toepassing ontbreekt veel. Bij SAVIGNY en niet .
minder bij PUGHTA wordt menige bepaling van het Romein- ,
-ilBe;ïH1/ttwurf eines bürgerlichen Gesetzbuchs und dus deutsche Recht,
, von Orro GIERKE, Leipzig 1889, bl. 93. ë
ll