HomeAntipapistische felheid of protestantsche plichtsbetrachting?Pagina 9

JPEG (Deze pagina), 890.15 KB

TIFF (Deze pagina), 7.81 MB

PDF (Volledig document), 25.78 MB

li 3
j E
i 7 l
Gij en sommigen uwer ambtgenooten van alle geschriften van een
Hoogleeraar meent te mogen eischen. [Z fzzz¢z‘j7¢gcr Zes écrzïs l
ez"aj>2·ès leur date. Geschreven midden in den verkiezingsstrijd, i
gedrukt met een spoed, die anders alleen bij dagbladartikelen g
gebruikelijk is, gericht tot de kiezers, die helaas grootendeels i
een in het oog vallend argument veel hooger waardeeren dan ‘
een dieper liggend, dat veel meer beteekent ..... in éen
woord, ter wereld gekomen onder minder gunstige omstandig-
heden, zou mijne brochure inderdaad in de Verslrzgmz der
[{07lZ.ll»è[{7·è€ Acrzrieïzzzk of in een _‘?'0z¢7·mzZ des Srzvmzls een
wonderlijk figuur maken.
Doch het is niet dit gemis aan academische deftigheid, dit
ij tijdelijk afleggen van de plechtige toga, dat Gij mij in de eerste
plaats ten laste legt. Ik zou bezield zgn met een fellen haat l
tegen mijne Katholieke landgenooten en een groote vaardigheid 4
bezitten in de kunst om hen in een klein bestek zooveel
mogelijk te grieven. Dit is inderdaad eene wonderlijke beschul-
, cliging tegenover iemand, die een paar jaar geleden met andere i
,,bijdraaiers" het verdriet had van liberale zijde ernstige verwijten
te hooren, omdat hij de betrekkelijke rechtmatigheid der grieven
van katholieken en anti­revolutionairen tegen de liberale school-
wetpolitiek openlijk erkend en met kracht op wijziging van
art. IQ4 aangedrongen had. 1) Een vonnis, nog verwonderlijker,
als men bedenkt dat ik in dezelfde brochure verklaar hoege-
naamd geen bezwaar te hebben tegen de keuze van desnoods
vijftig èzzikolzè/ze afgevaardigden, mits zij maar niet medegaan
met de ultramontaansche politiek, die mijns inziens een groot
gevaar is voor de zegepraal der beginselen, die ik boven alles
ej waardeer.
Redenen te over om met eenig ongeduld naar ophelderingen
uit te zien. Waarin de nadere toelichting uwer grieven op
26 October bestaan heeft, is voor mij geruimen tijd een
l) Eerst in twee artikelen in den Tädrgáicgel van Maart 1883 en April 1884;
later, toen de storm tegen de conciliante denkbeelden van het Bestuur der
Liberale Unie op zijn hoogst was, in eene brochure: ,,De liberale partij en de
_ schoolquaestie", 1886.