HomeAntipapistische felheid of protestantsche plichtsbetrachting?Pagina 16

JPEG (Deze pagina), 813.91 KB

TIFF (Deze pagina), 7.74 MB

PDF (Volledig document), 25.78 MB

14
mij wel voorstellen wat Gij met die uitdrukking bedoelt. Het p
doet mij waarlijk leed, dat ik U de herhaling van de U
zoo aanstootelijke volzinnen niet kan besparen, maar ik kan
alleen door de toelichting daarvan komen tot de opheldering
van het misverstand, dat U zoo geheel en al doet dwalen in
de beoordeeling van mijne ware gevoelens. l
Ik heb gesproken - volstrekt niet van mijne Katholieke l
medeburgers ­­ maar van de ultramontanen als van ,,eene j
partij, die als zoodanig slechts in de tweede plaats aan Nederland
· denkt". Ik heb - wel te verstaan in een woord aan de
]­’z·0z’rsm:zZsrkc kiezers -« gewaagd van de mogelijkheid dat l
Nederland ,,aan de verkeerde zijde" zou staan, als de beweging
der ultramontanen ten voordeele van ’s Pausen wereldlijke
Macht een algemeenen oorlog in het leven mocht roepen. Ik
4 heb er op gewezen hoe Rome's belang vordert dat de erfenis 1
der kettersche Oranje’s zoo mogelijk door een katholiek
geslacht aanvaard wordt. Dat heb ik gezegd en nog veel
meer, wat U noodwendig niet slechts ontstemmen, maar
grieven moet, indien Gij mij de meening toedicht, als zouden
al onze Katholieke landgenooten de geheimen der ultramon-
taansche politiek kennen en met open oog medewerken aan
de stoute plannen, die zij beoogt.
Gij hadt echter in mijne brochure kunnen lezen dat ik de .
vrijheid neem te betwijfelen of dit diep-staatkundig inzicht bij i
de meerderheid onzer Katholieke landgenooten te vinden is. Q
Daarom maakte ik wel degelijk een groot onderscheid tusschen
onze Katholieke landgenooten, wier goede eigenschappen ik
ten hoogste waardeer, en de ultramontaansche drijvers, van .
wie ik weinig goeds en veel kwaads verwacht -­ ook en
niet het minst voor de Nederlandsche Katholieken zelf. I
Ik ben inderdaad van meening - en het zou mij veel .
leed doen die meening te moeten opgeven ­- dat tal
van geloovige Katholieken eigenlijk allesbehalve ingenomen
zijn met de militante richting, die de pauselijke politiek
i sedert PIUS VII genomen heeft, met haar oorlogsverklaring
aan den modernen staat, met haar steeds duidelijker streven tot
l