HomeAntipapistische felheid of protestantsche plichtsbetrachting?Pagina 11

JPEG (Deze pagina), 880.83 KB

TIFF (Deze pagina), 7.84 MB

PDF (Volledig document), 25.78 MB

il l
9
j, ` .
w·q`kez`zi eene zeer eigenaardige beteekenis, en meent Gij dat
de vrijheid van spreken niet uitgesloten wordt door het bestaan
van zeer krachtige beweegredenen tegen haar gebruik. Gij
kunt natuurlijk met de vrijheid van spreken niet bedoelen de I
vrijheid om zoo te spreken dat geen der gemeenteraadsleden
er over >>ontstemd" wordt, gepaard aan het verbod om anders
te spreken. Maar het heeft er wel iets van alsof Gij dit
bedoeldet. Althans voor dit >> speciale geval" zoudt Gij gaarne
eene beperking der vrijheid gezien hebben.
»'MVaar een hoogleeraar te kort schiet in eerbied voor de
geloofsovertuiging van anderen", zou het den Raad volkomen `
vrij staan uvan afkeuring over die handelwijze blijk te geven."
· Deze nadere toelichting van uwe meening maakt haar zeker
niet duidelijker. De hoogleeraar zou in eerbied voor de geloofs-
overtuiging van anderen niet te kort mogen schieten! Van
waar ontleent Gij dezen eisch, dien de wet op het Hooger
onderwijs niet kent, en die dan ook. streng toegepast, alle i
hooger onderwijs onmogelijk zou maken? .
Immers, hoe vele en hoe zonderlinge geloofsovertuigingen ,
zijn er niet! Het zou den lioogleeraar inderdaad zeer moeielijk G i
zijn eenige nieening te uiten, waarin men niet met wat goeden i
wil afwezigheid van den bedoelden eerbied zou kunnen vinden. l
Zal hij, over logica sprekende, niet mogen wijzen op de feil- i
baarheid van het rnenschelijk verstand en de vormen, waarin i
zij zich voordoet, zonder eerbiedig te erkennen dat de i
Paus, cx czzzücizimz sprekende, onfeilbaar is? Zal hij, als
natuurkundige, niet mogen beweren dat een lichaam niet
op twee plaatsen te gelijk kan zijn, zonder daarbij te
A voegen, dat, volgens eene achtbare geloofsovertuiging, het
lichaam van Christus op honderd plaatsen te gelijk is? Zal
hij in zijn lessen over metaphysica wel mogen zeggen dat de
hoedanigheden in den regel niet gescheiden van de sub-
stantie kunnen bestaan, maar dat volgens het eerbiedwaardig
gevoelen van zekere geloovigen in vele gevallen de hoedanig-
heden van brood en wijn voortbestaan, schoon de substantie
daarvan verdwenen is?