HomeAntipapistische felheid of protestantsche plichtsbetrachting?Pagina 10

JPEG (Deze pagina), 865.93 KB

TIFF (Deze pagina), 7.84 MB

PDF (Volledig document), 25.78 MB

·i
T< il
geheim gebleven. Het gedrukte verslag der zitting van 26
October bereikte mij toch eerst op I7 November, oàchoon
ik maatregelen genomen had om het dadelijk na de uitgaaf
ter hand te hebben. Uit dat verslag bleek mij dat ik zeer
jl goed gedaan had niet af te gaan op de dagbladverslagen,
die natuurlijk reeds op VZ7 October een overzicht van uwe
rede mededeelden Niet alleen toch dat in die dagbladver~
W slagen het een en ander ontbreekt van wat Gij gezegd hebt,
zooals zeer natuurlijk is; maar er staat ook het een en ander
in, wat Gij volgens het ofücieel verslag ïziei gezegd hebt. De
verbeeldingskracht der 7’éf07'/£’7'S is een lastig ding en legt
den sprekers somwijlen uitspraken in den mond, die geen
il mensch voor zijn rekening wil nemen. `
`ef Mijne verkiezingsbrochure van Maart l.l. heeft U - zegt
Gij in uwe rede van 26 October -» zeer ontstemd." Gij acht
die wijze van optreden >> meer dan partijdig;" gij noemt haar
>>onedel". Het spreekt vanzelf dat ik van dit oordeel met
ii leedwezen heb kennis genomen, al is het waar dat veel van
wat in verkiezingsdagen van weerszijden geschreven wordt,
aan de tegenpartij meer dan partijdig, ja onedel pleegt voor
te komen. Want al valt dit niet te betwisten, toch hebt Gij
zonder twijfel gelijk, als Gij beweert dat het den Hoogleeraren
niet past »noodeloos godsdiensthaat en onverdraagzaamheid
te kweeken." Ik ga zelfs verder en meen dat dit 7zz'e71zzz7zcz’
past. juist om die reden schenen mij nu en dan in de ver-
ti kiezingsdagen beschouwingen van allerlei richting meer dan
partijdig, ja zelfs onedel.
ii Nemen wij echter voor een oogenblik aan dat mijne brochure
L lijdende is aan hetzelfde euvel, dat zoo dikwijls mijne veront­ t
I. waardiging heeft opgewekt; hoe wilt Gij dan uw·wensch dat
Burgemeester en Vl/ethouders hunne afkeuring over die brochure
zouden uitgesproken hebben, in overeenstemming brengen met
j uwe verklaring, dat Gij >> in geen enkel opzicht de vrijheid der
Hoogleeraren betwist?" Meent Gij, dat de mogelijkheid van
dergelijke censuur van overheidswege gem inbreuk maakt op
die vrijheid? Zoo ja, dan hecht Gij inderdaad aan het woord

gi ` W Y"` g g j Y A _ ­ «- ..ï_