HomeIets over de marinePagina 13

JPEG (Deze pagina), 775.04 KB

TIFF (Deze pagina), 7.12 MB

PDF (Volledig document), 16.97 MB

vw., s ia., ,»­·~, . . ., . Z, .4.. .. . ., .. ,. , M ...1;;
I r
in
‘ 11
l op wachtschepen , ter opleiding en instructie va11 aankomend per-
t soneel,·7 voor politietoeziolitop de Noordzee: maar een aantal
van 76 zeeoiïicieren is het geheele jaar nonaotief. En hiermede
wordt de wonde plek van het geheele stelsel blootgelegd:
j zoeken de áoqfdkracát van 0nze verdediging in Mein materieel van
_tw@feZacáti_qe waarde, maar dat een bzdterzgezeoon groot aantal
Q ojïcieren, nzacáinisten en kader vraagt; terwgjt de 0nöew00n­ j_
i óaaráeid van die Meine vaartuigen, plaatsing in vredestqfd en
t das nooröereidrny t0t den oortogstaak onmogelrjlc maakt.
1 Oiïicieren van gezondheid en va11 administratie vinden alle of
bijna alle ook in vredestijd plaatsing bij hospitalen, opleidingen
ï en op wachtschepen, om, in tijd van oorlog, op actieve schepen
te worden geplaatst.
Maohinisten. Het aantal maohinisten wijst een tekort aan
4 H van 96. Het grootste deel van dit tekort komt ten laste van de l
i vloot v. b. v. Evenwel zijn in de wintermaanden een veertiental H
machinisten non­aotief, maar dit stelsel durft men nog slechts
‘ in beperkte mate toepassen en laat dus de sterke incompleet. .
Toch zal in oorlogstijd niet, door zich dan aanbiedende _.
maehinedrijvers, in deze leemte kunnen worden voorzien , daartoe
I zijn ruimen, ketels C11 werktuigen der oorlogsehepen te afwi_jkend
i van den gewonen vorm. Het beste zal nog zijn vuurstokers lcklasse
` met dien dienst te belasten en dus in oorlogstijd een toestand
_ te scheppen die in vredestijd niet verantwoord wordt geacht. Ook .
hier weder is het groote aantal kleine vaartuigen de oorzaak
van het tekort. Elk torpeclobootjager vraagt evenveel machi-
*, nisten als een ramsohip.
Konstabels-personeel. Dit is belast met toezicht in de batterij, H
in kruitkamer en granaathokken; stuksoommandanten zijn de
kanonniers­matrozen. Mogen de eersten een klein tekort aan- ik
·¥· . iï