HomeDe bewaring van de vaderlandsche kerk in 1588, 1688 en 1888Pagina 16

JPEG (Deze pagina), 760.90 KB

TIFF (Deze pagina), 8.09 MB

PDF (Volledig document), 20.26 MB

, T4
,,Toen alles scheen verloren,
l En wij in vreemde hand, Ji
` Wou God het smeeken hooren
l Van ’t zuchtend Nederland?
!
III. l
Maar ziedaar dan ook reeds twee liefelijke vruchten aan- l-
f geduid: ,,hooge oogen vernederd”, en ,,God verlost"! l G
,,Hooge oogen vernederd"! Zij zijn niet alleen te
vinden bij de vijanden der Hervormde Kerk, en kunnen zich ,
, zelfs bij den allerheiligste nog vertoonen. Ook David was er j
E niet geheel vrij van: de spoedig gevolgde telling bewijst
het. Zij zijn één van de zeven dingen, die God haat, en
ä daarom laat hij zijne Kerk niet zelden in gevaar komen, op-
j dat zij zouden vernederd worden, en wij steeds beter de bede
r van denzelfden harpenaar zouden verstaan: ,,Houd uwen knecht
ook terug van trotschheden, laat ze niet over mij heerschen/’ _ ·­, -
Hij, die de geschiedenis maakt, schreef op die drie bladzijden ', ·
met onuitwischbare letters: ,,Als gij zwak zijt, zijt gij machtig": E
I ,,God wederstaat den hoovaardige, maar den nederige geeft
Hij genade," den nederige die bij alle gevaar, en bij alle
ondernemingen, en bij allen arbeid, van harte gevoelt: ,,Niets E
uit mij, maar ’t al uit Hem," en dus op Hem ziet als de
dienstmaagd op de hand der vrouw! j
, Maar wij belijden dan ook nadrukkelijk met het oog op die
drie keerpunten: ,,Dat heeft God gedaan"! Evenals Engelands l
Koningin, verklaarden ook onze Staten, en de beide volken I
beaamden het: nog nooit heeft de Goddelijke Voorzienigheid [ j
v zoo tastbaar doen blijken, hoe zwak alle menschelijke krachten T
I I zijn in tegenstelling van de Mogendheid des Allerhoogsten. -~
l ' Onze Prins en zijn Engelsche Hofprediker verklaarden een- j
stemmig, toen de landing geschiedde, dat de Almachtige l {