HomeOver individueelen en gemeenschappelijken eigendom aan arbeiderswoningenPagina 9

JPEG (Deze pagina), 923.65 KB

TIFF (Deze pagina), 8.35 MB

PDF (Volledig document), 62.43 MB

I
I
iik om den maatschappelijken toestand der lagere klassen te verbeteren,
I staat het verschaffen van gezonde en prettige woningen in belang-
rijkheid vooraan."
Wenscht men verbetering van de huisvesting, niet als op zich
zelf noodig en nuttig, niet als op zich zelf door de mensche­
lijkheid geboden, maar ook als wiiclclcl om rust en orde in de
.;, maatschappij te houden, zoo vindt men in dienzelfden Lord
Beaconsiield, terecht, een Amedestrijder. Aan zijne woorden, zooeven
vermeld, voegde hij toe: De man, die gevoelt dat zijne woning
j werkelijk zijn te huis is, (home sweet home) is ingenomen met de _
_; maatschappij waarin hij woont; de man, die gevoelt dat zijne
woning is een hol van ellende, valt die maatschappij aan, waar-
van hij, ten onrechte, een slachtoffer denkt te zijn. -
Genoeg echter over het groote belang van het onderwerp in ’t
_ algemeen ­- welk belang als verontschuldiging moge dienen voor
Q, de ietwat lange inleiding ­; het doel van dit geschrift is de be-
‘. spreking van iets anders.
g _. Vrij algemeen is in toepassing gekomen het denkbeeld om de
I verbeterde woning te doen overgaan in den cigeiiclom van den bc-
I woiicr; en wel zoodanig dat hij allccii de eigenaar van eene bc-
,;, polczlolc woning wordt.
_ In den regel, worden daartoe de woningen in gebruik gegeven
tegen een zekere meestal wekelijksche som; deze som vertegen-
ll woordigt den gewonen huurprijs en eene afbetaling op den koop-
A, ` prijs van de woning; door gedurende zeker getal jaren (meestal
· 20-40 jaar) die som te betalen wordt men, na afloop van dien
*I tijd, eigenaar.
De arbeiders bouwen daarbij of zelf, met behulp van het geld
I van anderen - eene verborgene samenwerking, latente associatie
"L° zooals Huber dat noemt, (l) - of wel de meergegoeden bouwen
voor de arbeiders; in fabrieksplaatsen doet het ook de enkele fabrikant.
Mede komt het voor dat eene maatschappij den boilwgroiiol koopt
en dat elke arbeider voor zich bouwt; of wel, dat een spaarkas,
welke bouwt, aan de onderneming is verbonden; b. v. bij de
W (1) Sociale Fragen IV, hij stelt de latente associatie hooger dan de patente of opene
vereeniging, omdat bij de eerste de zelfstandigheid der arbeiders meer wordt geëer-
biedigd, en niet alles voor maar ook iets door de arbeiders geschiedt.
ll
Ii
I
| .