HomeOver individueelen en gemeenschappelijken eigendom aan arbeiderswoningenPagina 66

JPEG (Deze pagina), 0.98 MB

TIFF (Deze pagina), 8.52 MB

PDF (Volledig document), 62.43 MB

Elf D ei je r
i j
-l
l 62
l
ë zoodra de vereeniging den grond heeft gekocht oefent de ,,eigen-
1 dom" daar dadelijk invloed uit. ­-
J Op twee omstandigheden vestig ik hier nog de aandacht.
Het gevoel dat de cite aan de leden behoort kan worden ont-
l wikkeld door vergaderingen, waarin de belangen der cite worden
j besproken, het bestuur wordt gekozen, commissarissen voor de
j l bestrating, voor de verlichting, voor nevenstaande inrichtingen b. v.
waschhuizen worden benoemd, waardoor bij meerderen de belang-
stelling wordt verhoogd. .
Het gevoel voor de woning, bij den individueelen eigendom,
te daarentegen wordt gedrukt. l
Eigendom is het recht om een zaak te gebruiken of te misbrui- .
ken zooals de eigenaar, behoudens de beperkingen door de wetten
gemaakt, dat goedvindt; hij, aan wien iets eigen is, behoeft nie- i
‘! mand daarin te erkennen. Zulk een macht, zulk een bevoegdheid
g heeft het lid der gemeenschap niet. ‘
Maar, - en dit is mede een groote ,,maar" bij het voorwerp van ~
den persoonlijken eigendom waarvan, ik voeg dit alweder er bij,hier
g sprake is, - aan den citebewoner is, behoudens de algemeene beper­ ~
kingen van de staatswet, die macht ontnomen door reglementen.
Lê Allerlei voorwaarden worden er gemaakt, waardoor het eigendoms '
recht tot al heel weinig wordt teruggebracht. De eigenaar mag
zijn tuin niet volbouwen, mag zijn woning niet verbouwen, mag
` geen medebewoners opnemen; hij mag niet eens zijn eigendom
, vrij van de hand doen, omdat men den lust tot speculeeren nog
l hooger acht dan de invloed der woning; overal vreest men dat de ~
woningen komen in handen van niet-arbeiders; ja zelfs bij de ge-
noemde vereeniging te Amsterdam mag hij zijn eigendom niet eens M
beheeren. ,
Die voorwaarden keur ik niet af; daargelaten of zij krachtig ‘·
· genoeg zijn om de cite te beschermen - zij zijn bij den individu- ~
eelen eigendom noodig. ,
Doch, waar ik hier op wil wijzen is dit: dat de glans van den r
_ eigendom voor een goed deel wordt verduisterd als de eigenaar zóó ;
l aan banden wordt gelegd; dus, dat door die voorwaarden, het ideale,
2 het verheffende, dat er, vooral voor iemand die weinig heeft in de ‘
. wereld, in gelegen is om een voorwerp als eene woning zijn M
eigen te kunnen noemen, voor een goed deel wordt weggewischt.
Mag men eigenlijk zulk een toestand wel ,,eigendorn" noemen? 4
l l
> l;