HomeOver individueelen en gemeenschappelijken eigendom aan arbeiderswoningenPagina 65

JPEG (Deze pagina), 961.37 KB

TIFF (Deze pagina), 8.47 MB

PDF (Volledig document), 62.43 MB

T .
, 61 ·
l
ig dom gelegen in het clenkbeelcl van eene bepaalde woning als zijn
eigen te kunnen noemen?
{ Zoo ja, dan wijs ik er al dadelijk op _dat men op de werking, ,
van het denkbeeld toch niet geheel durft te vertrouwen, en men i
het wenschelijk vindt om toch ook maar bepalingen te maken die
te pas kunnen komen als het gevoel wat dreigt te verslappen. En .
dat dit ,,denkbeeld", zeer waarschijnlijk, slechts voor een geslacht i
zal dienst doen.
Doch ook meer positief durf ik den anderen eigendom er tegen
over stellen. I
1 De gemeenschappelijke is toch evenzeer eigendom; de ge·meea2isr7mp-
j pelijke cite is toch ook een resultant van spaarzaamheid en wils-
j kracht; er is toch ook iets verheffends in gelegen om den voorbij-
‘ ganger te wijzen op de cite als op ,,<ms werk." _
S Ik herinner mij, van een bezoek, gebracht aan de Miihlhauser
cite, nog in haar gulden tijd in 1869, toen ik aan mijne dissertatie
lv werkte, dat een bewoner, een gewezen gendarme, mij zeide: de
L woning heeft wel wat geld gekost, maar ze is de mijne; niemand
kan haar mij afnemen (Nelle est a moi, personne ne peut me la
prendre"). Dat zelfde gevoel, waarvan ik alle waarde erken, geeft
het woonoontract: de huur is, omdat ik de schulden der vereeniging Q
moet helpen aflossen, wel wat hoog, maar ik heb het recht ook 1
om hier ten allen tijde te wonen; zelfs mijne vrouw heeft na mijn
overlijden dat recht. j
Men lette, indien anders dan op coöperatieve wijze is gebouwd, ,
‘ erop dat wij, bij den individueelen vorm, te doen hebben niet, L
met iemand die dadelijk betaalt, zij ’t ook met behulp van hypotheek,
doch met een persoon die eerst, 20 of SO jaar lang, moet af betalen.
Daargelaten of niet die lange tijd menigen arbeider eerder zal druk-
g ken dan verheffen, - hij moet, gedurende al dientijd, zonder
¥ den invloed van het denkbeeld leven. Dat is zeer jammer, als ä
. werkelijk die vorm zóó ten goede werkt. `
Hij kan niet dadelijk eigenaar worden, zal de tegenwerping zijn,
i omdat men dan te veel moeite zoude kunnen hebben met het
terugverkrijgen van het geld. Is dit echter niet in strijd met de -«
K? opvatting omtrent den invloed dien men verwacht? Is dit niet
· l weder eene erkenning dat deze wat overdreven wordt voorge-
· steld?
L Bij den anderen vorm heeft men die tusschenregeering niet;
1.