HomeOver individueelen en gemeenschappelijken eigendom aan arbeiderswoningenPagina 61

JPEG (Deze pagina), 1.00 MB

TIFF (Deze pagina), 8.71 MB

PDF (Volledig document), 62.43 MB

W., www nw- .., , ..1. -e vW._, nn- .,.._- .;-.--.-.,,.__,.,_-..,.r,,..- ___,__,...,,,,,___,__,,,__.,,,_,___lQ,
Z
l
er
(Eg zuilen van de toen bestaande orde van zaken, in eene beschaafde
maatschappij onnoodig worden geacht, beschouwt menige schrijver
den persoonlijken grondeigendom niet meer als het, voor de welvaart,
onder alle omstandigheden, eenige noodige. _
De verdeeling van de marken-gronden roept den hoogeren, indi-
vidueelen, vorm in ’t leven; doch het is de vraag of de kleinere
man, die vroeger van den grond profiteerde door er eene koe te
6 laten grazen, na de verdeeling, van dien grond zal blijven genie-
ten; (1) niet zij, maar de grootere naburige grondbezitters zullen
de perceelen opkoopen. (2) Het geld, de uitkoopsom, treedt in de r
plaats van het directe genot; rechtens komt het weder op ’t zelfde ‘
neer. Ik geloof evenwel niet dat de welvaart van den vroegeren
gebruiker er bij zal winnen. ,
Daarentegen hebben de onderzoekingen van den lateren tijd ge- (
leerd dat welvaart en gevneenschappelük eigendom, mits behoorlijk i
geregeld, niet noodzakelijk twee elkander uitsluitende begrippen `1
· zijn. Ik herinner aan het bekende werk van Emile de Laveleye,
· cle la propriete el ole ses forones prlonltloes. In de Jalwbacher für
K ‘ national Oekonoinle nncl Statistvlk, (uitgegeven te Jena), jaargang
1885, heft I, heeft deze schrijver onder den titel': la propzáelé col-
Q lectl/ve clans les vnarches-Italië een grooter werk aangekondigd,
betrekking hebbende op eene enquete over den landbouw in Italie.
Het oorspronkelijk werk bevat, volgens zijne mededeeling o. a.,
1 deze gevolgtrekking:
r de economisten hebben ongelijk om te gelooven aan de onbe­ .-
j paalde en algemeene voortreifelijkheid, - ,,superiorite absolue et
( universelle" ~ van eenpersoonlijken eigendom; zeer zeker een
( intensive bebouwing gaat zamen met individueel bezit, maar er zijn
*A streken waar die vorm voor de bevolking nadeelig zoude zijn. De
groote grondeigendom zou daar op zijn plaats zijn; de bewoners
* komen dan echter onder den druk der eigenaren. De collective g
eigendom vereenigt in zich de voordeelen van eene exploitatie in i
het groot met die van grondbezit voor elken bewoner. ë
(’1)l,e Play, réforme sociale en France, deelt mede dat daar de kleine eigendom
door den gedwongen verkoop bij boedelscheiding, de partage forcee, te niet gaat; zie V
_ b. v. Tome I, pag. 334; II, 38. editie ’67.
(2) Bij de behandeling van het wetsontwerp op de verdeeling onzer markewgronden
bestreed Mr. Pijnappel in de Eerste Kamer het bevorderen dier verdeeling. Hij voerde
o. a. aan dat de welvaart niet enkel van de mate van productie afhangt. maar ook
van de wijze waarop de productieniiddelen zijn verdeeld.