HomeOver individueelen en gemeenschappelijken eigendom aan arbeiderswoningenPagina 55

JPEG (Deze pagina), 0.99 MB

TIFF (Deze pagina), 8.49 MB

PDF (Volledig document), 62.43 MB

tri
jr
. ‘ 51
" _, arbeiders die woningen weder in eigendom zullen bewonen(1);
FM met andere woorden er is alle kans dat de arbeiders die woningen
f voortaan in haar zullen hebben.
Deze opvatting omtrent den loop der dingen steunt voornamelijk
i weder op redeneering; ervaring heeft men zelfs hieromtrent niet
veel; de eigendomsverkrijging is van lateren tijd en de afbetaling
vordert vele jaren; ook is de aandacht op dit punt weinig ge-
“ vestigd. Terecht in. i. schrijft Hitze, in de beoordeeling van het
Agneta-Park: men moest eens eene enquête openen over de vraag
hoeveel arbeiders eigenaren blijven. j
Toch kan ik op een paar feiten wijzen.
, Reeds in 1867 deelde Le Play, in zijn ,,ré/`oriiie sociale en Fraiice"
mede, dat te Mühlhausen, in de cite, woningen uit de handen van
‘ arbeiderseigenaren waren overgegaan in die van kapitalisten die
Y ze in huur weder uitgeven (deel I, pag. 334). Sedert is de toestand
er niet op verbeterd; aaneengesloten geldmannen schijnen er op
uit om de arbeiders stelselmatig te verdrijven. In het oudere ge-
deelte - waar de woningen zijn overgegaan ~ is de arbeider-
· eigenaar nauwelijks meer te vinden; het cite­huis is een voor-
werp geworden van handel en speculatie. (2)
Te Hannover (3) hebben eveneens de arbeiders er hun vroegere
eigeri woningen niet meer in handen. ­-
l Dat dit vrij regelmatig het gevolg zal zijn van den verkoop,
` werpt alweder een schaduw op den individueelen eigendom.
Ii Wat toch zal het geval worden? `
De personen die hoogst waarschijnlijk de koopers worden, en i
die het er om te doen is om geld te verdienen niet iets dat dik- Q
(*1) Reeds eerder sprak ik van het bewonen door den arbeidereigenaar; dat deze dat
zelf doet, daarop komt het aan. Het is voor de gevolgen geheel onverschillig of de
it kooper van de woning een opkooper is van zulke huisjes, dan wel of de arbeider-eige-
x naar zijne woning verlaat en die, om er geld mee te verdienen, verhuurt; hij heeft
` dan uit den aard der zaak dezelfde belangen als een opkooper van beroep. De bewoner j
j moet dus niet alleen eigenaar zijn, maar ook moet de eigenaar bewoner zijn, indien
i de maatregel zal beantwoorden aan zijn doel. Om niet al te uitvoerig te worden blijf j‘
ik alleen spreken van verkoopen.
(2) Sociaal Weekblad iste jg. no. 20. Deze berichten komen vrijwel overeen met
g, hetgeen Le Play mededeelt.
(3) Mededeeling van Dr. Engel, opgenomen in het verslag van de Eiseuacher Verga· l,
- dering van *1872, pag. 159. Deze schrijver- voert tevens aan welke moeilijkheden fabrie­ j
kanten hebben gehad met op het fabrieksterrein gebouwde woningen, die, in eigendom
overgegaan, werden verliocht aan personen buiten de fabriek staande.
ii ‘