HomeOver individueelen en gemeenschappelijken eigendom aan arbeiderswoningenPagina 54

JPEG (Deze pagina), 936.18 KB

TIFF (Deze pagina), 8.49 MB

PDF (Volledig document), 62.43 MB

wel
50 ‘ A
5
dat zooveel moeite voorstelt te doen om den arbeider tot eigenaar
te maken, schrijft zelf dat deze, in het ongunstigste geval, een {1,
pand bezit dat op een of andere wijze productief kan worden
gemaakt. g
De woning te gebruiken is daartoe een weg, waarvan ik de V`
gevolgen reeds besprak ten opzichte van de huisvesting. W
Haar te verkoopen is de andere zeer gemakkelijke wijze om van ,
de woning te genieten als ware zij eene spaarpenning.
Er is dus zoo weinig kans dat de bewoner eigenaar bliyft. ­-
Daarover thans eenige bemerkingen.
Ik geef toe dat het nevendoel is bereikt. Het geld is getreden
in de plaats van de waar; de arbeider heeft daardoor meer dan i
noodig is om van te leven.
Doch, was het wel der moeite waard geweest? om al die beslomme- .
ringen, al die kosten te veroorzaken, als de wemlizg enkel wordt be- a
schouwd als een vorm waarin de spaarpenningen zijn omgemunt,
als een kapitaaltje dat, als ’t noodig is, zoo eventjes kan worden aange-
sproken. Dan doet men m. i. veel beter de huisvesting te ver- ·
beteren zonder eigendoms-verkrijging en b.v. op levensverzekering
of op gewoon sparen te werken; te meer, indien juist is mijne
opvatting dat, als drijfveer tot sparen, het uitzicht op eigendom
te hoog wordt gesteld. De arbeider wordt dan geen eigenaar van l
<m,r0ere·nd goed; maar welk nut heeft liet, om hem tot eigenaar daar- .
van te verheffen door een vorm die zooveel kansen biedt, vooral wan-
neer de weoizverzekering wordt toegepast, dat hij op zijn ouden
dag weder huurder moet worden. Al de argumenten ­ be-
halve de geldelijke - die er toe leidden om hem tot eigenaar
te verheffen schijnen dan geen waarde meer voor hem te
hebben. -
Dat te gelde maken van het kapitaaltje werkt ook verder dan li.
ten opzichte van dien eenen persoon. x
Zij namelijk die, vermoedelijk, de koopers zijn, zullen niet ,,op
eigend0m" laten verwonen; ware dat het geval, dan mogen er 5
eenige kosten verspild worden, in beginsel zoude er niets verloren
zijn; voor den eenen arbeider­eigenaar kwam er een standgenoot
in de plaats. Dit valt echter niet als van zelf samen met het doel
waarvoor de huisjesmelkers hun bedrijf weder hebben opge- .
nomen.
Er is dus, alles in aanmerking genomen, geen zekerheid dat
gi